ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3017
Bij besluit van 11 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod op te heffen, afgewezen. Deze uitspraak gaat over de vraag of het arrest van het Hof van Justitie van 2 mei 2018, in de zaken K. en H.F., ECLI:EU:C:2018:296, betekent dat de staatssecretaris ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling nog steeds een actueel, werkelijk en voldoende ernstig gevaar voor de openbare orde vormt en of artikel 8 van het EVRM zich verdraagt met handhaving van het inreisverbod. Deze uitspraak gaat dus niet over de vraag of aan de vreemdeling terecht artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 22 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3954
- ABRvS 28 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:270
- ABRvS 23 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2434
- ABRvS 16 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2008
- Rb. Limburg 26 maart 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2396
- ABRvS 18 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3525
- ABRvS 18 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB1057
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2010:661
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:377
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:354
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:296
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:308
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:119