Rb. Den Haag 11 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24023

De vreemdeling is afkomstig uit Syrië (Aleppo). De minister heeft zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op de vreemdeling van toepassing is. Het beroep tegen bestreden besluit 1 is ongegrond. Ten aanzien van het bij bestreden besluit 2 opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod overweegt de rechtbank dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in Aleppo geen sprake is van een hogere gradatie van willekeurig geweld dan de voor Aleppo aangenomen laagste gradatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 3, van de Vw 2000. Van belang is dat uit de ingebrachte informatie volgt dat in Aleppo sinds de val van het Assad-regime feitelijk altijd sprake is geweest van gewapende confrontaties. Weliswaar zijn deze vanaf april 2025 sterk afgenomen, maar sinds half mei nemen deze weer steeds verder toe. De minister wijst in bestreden besluit 2 op een nieuw staakt-het-vuren van 7 oktober 2025, maar eerder bleef de strijd ook doorgaan ondanks meerdere staakt-het-vuren zodat hiermee niet aannemelijk is dat de strijd nu daadwerkelijk is beëindigd. Verder heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de humanitaire situatie in Syrië geen rol speelt in de beoordeling van de gradatie van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kri. In het ambtsbericht staat dat in bijna veertien jaar gewapend conflict de Syrische infrastructuur op grote schaal is verwoest, de waterinfrastructuur enorm is aangetast, de gezondheidszorg in kritieke toestand verkeert, meer dan 90% van de Syriërs onder de armoedegrens leeft en meer dan de helft van de bevolking geen of niet genoeg toegang tot voedsel heeft. Dit is evident het gevolg van het jarenlange gewapende conflict in Syrië. Hiermee staat vast dat de humanitaire omstandigheden het directe of indirecte gevolg zijn van het handelen en/of het nalaten van een actor van ernstige schade die partij is bij een gewapend conflict. Daarnaast heeft de minister het hoge aantal ontheemden in Syrië niet kenbaar in de motivering betrokken. Verder heeft de minister weliswaar gesteld dat humanitaire omstandigheden die geen verband houden met willekeurig geweld in het kader van een lopend gewapend conflict wel een rol kunnen spelen bij de meer algemene beoordeling onder artikel 3 van het EVRM, maar de minister heeft deze beoordeling van het non-refoulement verbod niet kenbaar gemaakt. De vreemdeling betoogt tot slot terecht dat geen rekening is gehouden met zijn medische omstandigheden. In artikel 5, aanhef en onder c, van de Tri is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de Tri rekening moet worden gehouden met de gezondheidstoestand van de betrokken onderdaan van een derde land. Dat hiermee geen rekening is gehouden klemt temeer, nu het met de (toegang tot) gezondheidszorg erbarmelijk is gesteld in Syrië. Het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken