Rb. Den Haag 4 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1969
Verweerder heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in Syrië van toepassing is. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 11 december 2025. Het standpunt dat die uitspraak alleen betrekking heeft op de veiligheidssituatie in Homs en niet van toepassing is op eiser omdat hij uit Damascus komt, volgt de rechtbank niet. Ook de verwijzing naar de Country Guidance Syrië van de EUAA van december 2025 vormt geen aanleiding om af te wijken van de uitspraak van 11 december 2025. Uit dit rapport blijkt niet dat de humanitaire omstandigheden in Damascus minder ernstig zijn dan in andere delen van Syrië. Nu verweerder heeft nagelaten de humanitaire omstandigheden in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn te beoordelen, is sprake van een motiveringsgebrek.
De uitspraak op rechtspraak.nl