Rb. Den Haag 10 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10064

Opvolgende asielaanvraag, terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister is niet ten onrechte uitgegaan van de Algerijnse herkomst van eiser, omdat deze aan de 1e aanvraag ten grondslag is gelegd, omdat deze nationaliteit door de Algerijnse autoriteiten is bevestigd na presentatie van eiser, en omdat de gestelde Libische personalia niet met documenten is onderbouwd. De rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het algoritme Case Matcher, omdat het in deze zaak niet is gebruikt. De rechtbank heeft wel uitdrukkelijk overwogen dat de minister het gebruik van Case Matcher in de op de zaak betrekkende stukken moet vermelden, totdat het algoritme in rechte is getoetst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken