Rb. Den Haag 11 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3193
VK; MK; beroep niet tijdig beslissen. De staatssecretaris heeft de beslistermijn in asielzaken met WBV 2022/22 ten onrechte verlengd met toepassing van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Een combinatie van factoren, waaronder reeds bestaande forse achterstanden, kan geen reden zijn om toepassing te geven aan deze verlengingsgrond. De rechtbank ziet de enorme uitdagingen waar de IND voor staat, maar die kunnen geen rechtvaardiging zijn voor het toepassen van een verlengingsgrond die daarvoor niet is bedoeld. WBV 2022/22 is daarom onrechtmatig. Deze zittingsplaats verklaart WBV 2022/22 onverbindend wegens strijd met het Unierecht. De rechtbank is zich ervan bewust dat haar oordeel over WBV 2022/22, de vastgestelde beslistermijn en de hoogte van de rechterlijke dwangsom geen oplossing biedt voor het (uitvoerings)probleem waarvoor de IND staat. Het is aan de wetgever om alsnog te voorzien in een oplossing.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125
- ABRvS 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3209
- Rb. Den Haag 7 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10622
- Rb. Den Haag 6 januari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:136
- Rb. Den Haag 23 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14087
- ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352
- ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1560