Rb. Den Haag 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:15974
Deze uitspraak gaat met name over de ingangsdatum van de asielvergunning en daarmee over de vraag wanneer de asielaanvraag is ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat de asielaanvraag naar nationaal recht pas als ingediend – en daarmee door de minister als ontvangen – kan worden beschouwd vanaf het moment dat het M35-H formulier is ingevuld en ondertekend. Vanaf dat moment voldoet de aanvraag namelijk aan de wettelijke vereisten voor indiening. Deze nationaalrechtelijke eisen voor het indienen van asielaanvragen zijn in lijn met de Procedurerichtlijn. De datum van de zogeheten ‘loopbrief’ is hier niet leidend. De loopbrief is niet bedoeld om als bewijs te dienen dat de vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend en is dus geen ‘report’ als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Procedurerichtlijn. De uitspraak van de Afdeling van 21 september 2023 en het (daarin aangehaalde) arrest Mengesteab maken dit oordeel niet anders. Van een ongerechtvaardigde ongelijkheid tussen het indienen van een asielaanvraag aan de buitengrens of in een aanmeldcentrum is geen sprake. Uit het voorgaande volgt tevens dat het eerste beroep niet tijdig beslissen prematuur is ingediend en daarom niet-ontvankelijk is. Het tweede beroep niet tijdig beslissen is eveneens niet-ontvankelijk, omdat inmiddels op de asielaanvraag is beslist.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 11 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3193
- Rb. Den Haag 28 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:2511
- ABRvS 21 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3569
- ABRvS 28 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2098
- ABRvS 28 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2157
- ABRvS 16 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:446
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:587