Rb. Den Haag 23 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14087
[beroep niet tijdig; WBV 2022/22, verlenging beslistermijn; verhoogde instroom]. De staatssecretaris heeft met WBV 2022/22 de wettelijke beslistermijn van een asielaanvraag rechtsgeldig verlengd. Deze verlenging is gebaseerd op artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris met de in WBV 2022/22 opgenomen motivering, zoals nader toegelicht in het verweerschrift, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een situatie als bedoeld in die bepaling. Uit die motivering blijkt dat het aantal asielaanvragen vanaf de tweede helft van 2021 aanzienlijk is toegenomen en dat die stijging zich in 2022 heeft doorgezet. De staatssecretaris stelt terecht dat de bewoordingen van artikel 31, derde lid, van de Procedurerichtlijn, dat grondslag ligt aan artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, hem de ruimte bieden om de beslistermijn ook te verlengen bij meer graduele verhogingen in de instroom. De staatssecretaris mocht ook in de toelichting van WBV 2022/22, als bijkomende reden van de verlenging, wijzen op de toename van het aantal Oekraïense en Afghaanse asielzoekers. De beslistermijn is dus rechtsgeldig met negen maanden verlengd. De ingebrekestelling is daarom te vroeg ingediend. Dat betekent dat het beroep niet tijdig niet-ontvankelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl