Rb. Den Haag 12 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5585

Volgberoep bewaring Gambia – opheffing door verweerder na belangenafweging - In de M120 is op verschillende data uitdrukkelijk aangeven dat er geen omstandigheden zijn aangevoerd naar aanleiding waarvan de maatregel niet langer zou kunnen voortduren. De rechtbank kan op grond van deze mededelingen vaststellen dat verweerder zich ervan bewust is dat hij er zich gedurende de tenuitvoerlegging van de maatregel steeds van moet vergewissen of hij alsnog moet volstaan met de oplegging van een lichter middel en de rechtbank kan op grond van deze mededelingen vaststellen dat verweerder dit dus zelf regelmatig actief beoordeelt. Uit de verslaglegging van de vertrekgesprekken blijkt ook dat de regievoerder eiser vraagt naar zijn welbevinden en door het stellen van vragen ook nagaat of sprake is van gewijzigde omstandigheden die tot een nadere of andere beoordeling moeten leiden. Verweerder voldoet hiermee aan zijn verplichting om voortdurend alert te zijn op mogelijkheden om alsnog te volstaan met een lichter middel en verweerder voldoet hiermee aan zijn bewijslast om te motiveren dat de maatregel rechtmatig ten uitvoer wordt gelegd en stelt de rechtbank hierdoor in staat om deze rechtmatigheidsaspecten te beoordelen. - De rechtbank overweegt dat de bewaringsrechter indien eiser een arguable claim heeft dat de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaringsmaatregel leidt tot een met artikel 3 EVRM-strijdige en/of artikel 4 Handvest-strijdige situatie, de bewaringsrechter deze claim zal moeten onderzoeken en bij de beoordeling van de vraag of de voortduring van de maatregel rechtmatig is zal moeten betrekken. De omstandigheid dat een in bewaring gestelde vreemdeling een klacht kan indienen bij de beklagcommissie kan namelijk niet worden beschouwd als een doeltreffende voorziening in rechte zoals bedoeld in artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten. - Verweerder heeft in de M113, de M120 en in de reactie op de beroepsgronden aangegeven dat de opheffing is gevolgd op een belangenafweging. De rechtbank acht deze beslissing voldoende goed gemotiveerd en ook zorgvuldig genomen gelet op de reeds ondergane duur van de maatregel en de nog te verwachten duur gelet op de fase waarin het vertrekproces zich bevond ten tijde van de opheffing. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat de belangenafweging eerder in het voordeel van eiser had moeten uitvallen gelet op het voortvarend en zorgvuldig handelen van verweerder, het in het geheel niet meewerken van eiser en het niet ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. – beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken