Rb. Den Haag 19 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5570

Dublin, ingangsdatum inwilliging na verstrijken UOD – de Dublinverordening bepaalt dat slechts één lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming en verschaft criteria op grond waarvan dient te worden vastgesteld welke lidstaat dit is - doordat eiser niet is overgedragen, is de verantwoordelijkheid voor de behandeling van zijn asielaanvraag dus weer naar verweerder verschoven – de bepaling dat de eerste lidstaat weer verantwoordelijk wordt, impliceert dat dit betrekking heeft op de verantwoordelijkheid voor diezelfde, reeds eerder ingediende, asielaanvraag - het beleid van verweerder dat de verzoeker om internationale bescherming die niet tijdig wordt overgedragen een nieuwe aanvraag moet indienen die als eerste aanvraag wordt behandeld (en in geval van inwilliging bepalend is voor de ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunning) is, naar het oordeel van de rechtbank, in strijd met de bewoordingen, strekking en uitgangspunten van de Dublinverordening - de ingangsdatum van de inwilligende vergunning moet dan ook de datum zijn van de indiening van de eerste asielaanvraag – beroep gegrond en de rechtbank voorziet zelf door te bepalen dat aan eiser een vergunning wordt verleend met ingang van de dag waarop de eerste aanvraag is ingediend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken