Rb. Den Haag 16 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3302
Beroepen tegen vier besluiten, waarin onder meer vergunningvoorschriften worden gesteld en ambtshalve worden gewijzigd. De rechtbank is van oordeel dat niet aan de voorwaarden voor aanscherping van de vergunning is voldaan. De nieuwe technieken waarmee de uitstoot van schadelijke stoffen volgens verweerder kan worden beperkt, zijn niet de beste beschikbare technieken. Nog niet duidelijk is of nieuwe technieken beschikbaar zijn waarmee eiseres haar uitstoot zoveel kan verlagen als verweerder wenst. De betrokken stoffen voldoen niet aan de definitie van ZZS. Verweerder heeft geen risico-evaluatie uitgevoerd. Verweerder heeft ook onvoldoende gemotiveerd waarom een aantal voorschriften strenger zijn dan de geldende regelgeving. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt onder meer een deel van de vergunningvoorschriften.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 8.12 Wm
- Artikel 8.13 Wm
- Artikel 10.38 Wm
- Artikel 10.39 Wm
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 8:36 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 1 BPB
- Artikel 15 Besluit tarieven in strafzaken 2003
- Artikel 1.1 Wabo
- Artikel 2.14 Wabo
- Artikel 2.22 Wabo
- Artikel 2.30 Wabo
- Artikel 2.31 Wabo
- Artikel 2.31a Wabo
- Artikel 2.33 Wabo
- Artikel 5.4 Bor
- Artikel 5.6 Bor
- Artikel 5.7 Bor
- Artikel 191 VWEU
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:108
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4210
- ABRvS 25 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3247
- Rb. Den Haag 28 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7464
- ABRvS 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3423
- ABRvS 13 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2482
- ABRvS 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2351
- ABRvS 21 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ9002