Rb. Oost-Brabant 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6158

Deze uitspraak gaat over een lozingsnorm voor het lozen van de stof perfluorbutaatsulfonzuur (PFBS) in het afvalwater van SABIC die via de afvalwaterpersleiding (AWP) op de Westerschelde wordt geloosd. Het college heeft in voorschrift 1.1.1 een tijdelijke lozingseis voor 2025 en 2026 voor de jaarvracht PFBS verbonden aan de geldende omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (MBA) van 2 april 2002 van SABIC. De rechtbank merkt de lozing van PFBS aan als een ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu als bedoeld in artikel 8.99 van het Bkl. Het college is verplicht om in verband met deze ontwikkeling de omgevingsvergunning van SABIC te wijzigen. Het college heeft deze wijziging kunnen baseren op een toetsingsnorm voor PFBS van 10 ng/l in zout water. Het college heeft de emissiegrenswaarde kunnen bepalen op een jaarvracht zonder rekening te houden met de lozing van de rioolwaterzuivingsinstallatie in Bath. De rechtbank beseft dat de toegestane jaarvracht van 2,75 kg, met name in 2026 een zware, maar geen onmogelijke opgave is voor SABIC . SABIC heeft veel gedaan in de afgelopen periode om de lozing van PFBS te beperken en is hierin al grotendeels geslaagd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep van SABIC ongegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken