Rb. Den Haag 6 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:6931
Dublin Malta – einduitspraak – EASO verschaft geen nadere feiten en omstandigheden aan de rechtbank – beroep gegrond – rechtbank voorziet zelf in de zaak. De rechtbank heeft reeds eerder geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondeelbaar is. Gelet op de grootschalige pushbacks, de structurele tekortkomingen in de capaciteit en kwaliteit van de opvang, de structurele detentie van migranten en de erbarmelijke omstandigheden waaronder migranten worden gedetineerd, de gebrekkige procedure om op te komen tegen vreemdelingendetentie waarbij toegang tot de rechter en toegang tot rechtsbijstand niet zijn gewaarborgd en de hulpvraag van Malta aan EASO waaruit blijkt dat Malta erkent en onderkent dat ze reeds gedurende drie opvolgende jaren niet voldoen aan de Unierechtelijke eisen als het gaat om de asielprocedure is voor de rechtbank helder dat ten aanzien van Malta niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Dat de bovenstaande vaststelling door de rechtbank mede betrekking heeft op Dublinclaimanten blijkt (óók) uit de toegewezen interim measure van 30 juni 2021. Het EHRM verbiedt de overdracht van een Dublinclaimant aan Malta omdat Malta geen garantie geeft dat de Dublinclaimant na overdracht niet in een situatie terecht zal komen die in strijd is met artikel 3 EVRM. De rechtbank zal in de onderhavige zaak ook de Dublin-overdracht verbieden omdat niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en er geen garantie bestaat dat eiser na overdracht gevrijwaard zal blijven van schendingen van artikel 3 EVRM/ artikel 4 Handvest en artikel 5 EVRM/artikel 6 Handvest. De rechtbank heeft verweerder ter zitting de vraag voorgehouden of hij bereid is zich nader te vergewissen van de actuele feiten en omstandigheden door zich tot de Maltese autoriteiten te wenden indien de rechtbank hem daartoe een opdracht geeft. Verweerder heeft aangegeven daartoe niet bereid te zijn omdat hij uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verweerder heeft, desgevraagd, aangegeven evenmin bereid te zijn om voor eiser individuele garanties te vragen en verkrijgen dat eiser zal worden opgevangen in een locatie die in overeenstemming is met het Unierecht en dat hij gevrijwaard zal blijven van onrechtmatige vreemdelingendetentie. Verweerder heeft zich ook na de tussenuitspraak en de nadere door eiser overgelegde stukken op het standpunt gesteld onverkort uit te (mogen) gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank zal gelet op deze proceshouding van verweerder zelf voorzien in de zaak. Het is immers duidelijk dat indien de rechtbank volstaat met het gegrond verklaren van het beroep en verweerder opdraagt opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak hij hieraan geen gevolg zal geven. De rechtbank zal daarom bepalen dat verweerder eiser dient toe te laten tot de nationale asielprocedure. Ter vermijding van ieder misverstand zal de rechtbank verweerder hiertoe ook een uitdrukkelijke opdracht geven.
De uitspraak op rechtspraak.nl