Rb. Den Haag 19 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3858
Dublin Malta – tussenuitspraak – rechtbank verricht nader onderzoek door stellen van vragen aan EASO. Ter zitting heeft de rechtbank partijen voorgehouden een volledig en ex nunc onderzoek te zullen verrichten naar de vraag of de kwaliteit van de asielprocedure en/of de opvang en/of het risico op onrechtmatige vreemdelingendetentie en de detentieomstandigheden in de weg staan aan een bevoegdheid voor verweerder om eiser thans op grond van het claimakkoord aan Malta over te dragen. De rechtbank moet immers beoordelen of eiser indien hij nu aan Malta zal worden overgedragen een reëel en voorzienbaar risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met fundamentele rechten die het Handvest en het EVRM garanderen. Daarmee is geen sprake van een ambtshalve aangelegde toets; eiser stelt gemotiveerd dat overdracht aan Malta moet worden verboden op grond van artikel 3 EVRM, artikel 5 EVRM, de Dublinverordening en de Opvangrichtlijn. De rechtbank heeft partijen gewezen op de samenwerkingsovereenkomsten tussen Malta en EASO en het rapport van het CPT van 10 maart 2021. De rechtbank wijst in de uitspraak ook op het arrest van het EHRM van 11 maart 2021 in de zaak Feilazoo tegen Malta, waar het EHRM ten aanzien van Malta wederom een schending van artikel 3 en artikel 5, eerste lid, EVRM heeft vastgesteld in verband met de detentieomstandigheden in vreemdelingendetentie. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd aangegeven niet bereid te zijn contact op te nemen met de Maltese autoriteiten om zich nader te vergewissen van de actuele feiten en omstandigheden of om voor eiser individuele garanties te vragen en te verkrijgen dat eiser zal worden opgevangen in een locatie die in overeenstemming is met het Unierecht en dat hij gevrijwaard zal blijven van onrechtmatige vreemdelingendetentie. De rechtbank acht het voor een goede beoordeling van het beroep noodzakelijk om concrete informatie te verkrijgen over de omstandigheden waaronder eiser na een mogelijke overdracht op grond van de Dublinverordening door de Nederlandse autoriteiten aan Malta zal worden opgevangen. Gelet op de hiervoor genoemde samenwerkingsovereenkomsten acht de rechtbank EASO de meest gerede organisatie om deze informatie te verschaffen en zal zich daartoe bij brief tot EASO wenden om vragen over de actuele (kwaliteit van de) asielprocedure, de actuele (kwaliteit van de) asielopvang, de vreemdelingendetentieprocedure en de detentieomstandigheden te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- EHRM 11 maart 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0311JUD000686519
- ABRvS 2 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:199
- Rb. Den Haag 3 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12417
- Rb. Den Haag 8 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6212
- EHRM 22 november 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1122JUD002579413
- EHRM 23 juli 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0723JUD004233712
- EHRM 23 juli 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0723JUD005535212
- EHRM 21 januari 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0121JUD003069609
- EHRM 27 juli 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:0727JUD002434008
- EHRM 2 december 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1202DEC003273308
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2011:865
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218