Rb. Den Haag 17 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12927
Gezien de meerjarige, grootschalige pushback-praktijk waarvan tot op het hoogste niveau de verantwoordelijkheid wordt ontkend gaat verweerder ten aanzien van Kroatië ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit. De rechtbank volgt niet het betoog van verweerder dat wel van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan voor zover het om de bejegening van Dublin-terugkeerders gaat. Het betreft immers dezelfde Kroatische autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen jegens illegale grensoverschrijders. Verweerder hecht in dit verband ten onrechte geen betekenis aan het feit dat de Kroatische autoriteiten de Dublinclaim hebben geaccepteerd op artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van de Dublinverordening. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door verweerder op te dragen eiser in de Nederlandse nationale asielprocedure op te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl