Rb. Den Haag 4 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10735
Dublin Malta – verwijzing naar het Hof van Justitie voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank stelt prejudiciële vragen over de reikwijdte en strekking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel – de rechtbank verzoekt het Hof om uit te leggen of schendingen van grondrechten door onder meer pushbacks, pullbacks en standaardmatige detentie door de mogelijke verantwoordelijke lidstaat ten aanzien van derdelanders in het algemeen en/of ten aanzien van de verzoeker voorafgaand aan de overdracht meebrengen dat overdracht moet worden verboden, dan wel dat niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de overdragende lidstaat de bewijslast krijgt dat na overdracht geen schending van artikel 4 van het Handvest en/of andere grondrechten plaatsvindt - de rechtbank wil tevens weten welke bewijsmiddelen een Dublinterugkeerder heeft en welke bewijsmaatstaf geldt als wordt aangevoerd dat overdracht op grond van artikel 3, tweede lid, Dublinverordening moet worden verboden en of er in Dublinprocedures een samenwerkingsplicht geldt en of in een situatie als in Malta aan de orde de overdragende lidstaat zich moet vergewissen en/of individuele garanties moet vragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- EHRM 20 juli 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0720JUD002944717
- Rb. Den Haag 6 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:6931
- EHRM 11 maart 2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0311JUD000686519
- ABRvS 2 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:199
- EHRM 22 november 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1122JUD002579413
- EHRM 23 juli 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0723JUD004233712
- EHRM 23 juli 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0723JUD005535212
- EHRM 27 juli 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:0727JUD002434008
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2016:409
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:127
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218