Rb. Den Haag 28 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4884

Verweerder heeft aan eiser een boete van € 100 opgelegd wegens het niet op tijd voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Na bezwaar is deze boete gematigd tot € 83. De rechtbank oordeel dat eiser weliswaar de bevoegdheid heeft om een boete op te leggen aangezien hij het onderdeel ONA van de inburgeringsplicht niet binnen de daarvoor gegeven termijn heeft behaald, maar dat deze boete in het geval van eiser niet passend en geboden is. Hierbij neemt de rechtbank onder meer in aanmerking dat eiser tijdens de inburgeringsperiode een voltijd studie volgde, daarnaast een parttime werkkring had en meer dan 300 cursusuren ten behoeve van inburgering heeft gevolgd. De rechtbank vernietigd de boetebeschikking. De terugbetalingsverplichting is naar het oordeel van de rechtbank geen onderdeel van het onderhavige beroep. De rechtbank overweegt echter ten overvloede dat mede gelet op het terechte beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel de rechtbank daarin aanleiding ziet te overwegen dat verweerder ertoe gehouden is een door eiser in te dienen verzoek om terug te komen op de terugbetalingsverplichting welwillend in overweging te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen