Rb. Den Haag 15 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12500
Volgberoep bewaring – uitoefening van geweld en aanwenden dwangmiddelen door de Kmar tijdens twee pogingen tot feitelijke uitzetting – gestelde onrechtmatige visitatie in DTC – beroepsgronden onderbouwd door verwijzing naar M120, door overlegging van medische info van de DTC-arts en door foto’s van het gelaat/de knie van eiser en door overlegging van een uitspraak van de beklagcommissie – de rechtbank heeft de “meldingsformulieren geweldsaanwending bij uitzettingen” opgevraagd - de rechtbank beoordeelt om een Unierechtelijk daadwerkelijk rechtsmiddel te bieden de onderbouwde klachten inhoudelijk omdat een vastgestelde 4 Hv / 3 EVRM-schending en schending van de lichamelijke integriteit de rechtmatigheid van de (voortduring van de) detentie kan regarderen - visitatie heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de te beoordelen periode en wordt daarom niet betrokken bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep - de rechtbank stelt vast dat de Kmar geen dwangmiddelen heeft aangewend waartoe geen bevoegdheid bestond, dat de Kmar bij de uitoefeningen van zijn bevoegdheden geen disproportioneel geweld heeft gebruikt en dat overigens de lat van 4 Hv/ 3 EVRM niet is gehaald – beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl