Rb. Den Haag 8 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2112
Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), artikel 14, lid 4. Intrekking Nederlanderschap (20/1496) en ongewenstverklaring (20/1511). Artikel 8:29, lid 5, van de Awb De rechtbank gaat uit van de juistheid van het ambtsbericht, nu de conclusies als gevolg van het ontbreken van tostemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb niet kunnen worden getoetst aan de hand van de onderliggende stukken. De rechtbank gaat ook uit van de juistheid van de conclusie dat eiser ten tijde van belang was aangesloten bij een terroristische organisatie en een gevaar vormde voor de nationale veiligheid. Hiermee heeft eiser zich zodanig tegen de Nederlandse belangen gekeerd dat de band met Nederland niet langer kan bestaan. Geen strijd met het beginsel van (non)discriminatie. Geen willekeur. Artikel 8 EVRM staat aan de ongewenstverklaring niet in de weg. Beroepen ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045
- Rb. Den Haag 11 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7790
- EHRM 25 juni 2020, ECLI:CE:ECHR:2020:0625JUD005227316
- Rb. Den Haag 14 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4396
- Rb. Den Haag 14 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:5784
- Rb. Den Haag 28 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:871
- ABRvS 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:426