Rb. Den Haag 30 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12478

Van eiseres zijn bij drie afzonderlijke beschikking bijdragen uit het BTW compensatiefonds (BCF) over de jaren 2015-2017 teruggevorderd. Hierbij is aan eiseres belastingrente in rekening gebracht. In geschil is of er terecht belastingrente in rekening is gebracht over het jaar 2017 en voor de overige jaren of tot de juiste bedragen belastingrente in rekening is gebracht. De terug te vorderen bedragen BCF zijn niet in geschil. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en neemt daarbij in aanmerking dat het verschil in berekeningstijdvakken niet in strijd is met de Wet BCF, er geen aanleiding is om de belastingrente te matigen in verband met trage besluitvorming met betrekking tot het jaar 2015, er evenmin rede is de belastingrente te matigen wegen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, verweerder bij het vaststellen van de jaarbeschikking 2017 niet had moeten afwijken van de jaaropgave van eiseres, er geen aanleiding is om de belastingrente te matigen op grond van beleid en er geen sprake is van strijd met het Unierecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken