Rb. Den Haag 4 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3962
Eiseres is een Somalische vrouw die geruime tijd zonder verblijfsvergunning in Nederland is en verblijf beoogt bij haar Nederlandse partner. In geschil is of verweerder eiseres het mvv-vereiste mag tegenwerpen. Eiseres heeft betoogd dat dit in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. Hoewel deze richtlijn niet geschreven is voor gezinshereniging met een Nederlander, is de rechtbank van oordeel dat de Gezinsherenigingsrichtlijn rechtstreeks en onvoorwaardelijk van toepassing is op deze interne situatie. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat verweerder door het maken van een belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM ook heeft voldaan aan het vereiste van een belangenafweging zoals volgt uit artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Ook is de rechtbank van oordeel dat het mvv-vereiste niet in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. In het geval van eiseres heeft verweerder zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste geen strijd oplevert met artikel 8 van het EVRM en heeft hij de hardheidsclausule niet hoeven toepassen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl