Art. 3.22a VB, Verlening onder beperking
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend, indien de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet.
2. In afwijking van het eerste lid, wordt de verblijfsvergunning eveneens verleend, indien:
a. wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk IV en artikel 16 van Richtlijn nr. 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, in welk geval Onze Minister de hoofdpersoon als referent aanwijst;
b. de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven een Turkse werknemer is als bedoeld in artikelen 6 en 13 van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, in welk geval deze hoofdpersoon niet als referent wordt aangewezen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4650
- Rb. Den Haag 17 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5410
- Rb. Den Haag 4 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:1929
- Rb. Den Haag 22 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:15309
- Rb. Den Haag 10 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14097
- Rb. Den Haag 24 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14207
- Rb. Den Haag 19 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14144
- Rb. Den Haag 22 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4095
- Rb. Den Haag 4 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3962
- Rb. Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1288