Rb. Den Haag 24 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:6066

De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris, door te handelen zoals hij heeft gedaan, referent in een Catch-22 situatie heeft gebracht: als referent had gewacht met het doen van de mvv-aanvraag totdat hij een asielvergunning had, zou de staatssecretaris de aanvraag hebben afgewezen omdat hij op het moment van de mvv-aanvraag meerderjarig was, maar nu referent niet heeft gewacht en de mvv-aanvraag uit voorzorg eerder deed, werd hem tegengeworpen dat de aanvraag prematuur was en werd het moment van het bekendmaken van de asielaanvraag als peilmoment gekozen, met ook als resultaat: een afwijzing. Dat is, naar het oordeel van de rechtbank, niet juist. Het is referent immers niet aan te rekenen dat zijn asielaanvraag zodanig lang is blijven liggen dat hij zich vanwege het naderen van zijn achttiende verjaardag genoodzaakt zag de mvv-aanvraag te doen voordat hij in bezit van een asielvergunning was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken