Rb. Den Haag 16 augustus 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9985
Uit artikel 2, aanhef en onder f), van de Gezinsherenigingsrichtlijn kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat omstandigheden die in deze bepaling niet zijn vermeld relevant zijn voor het antwoord op de vraag of de vreemdeling (op het in beginsel bepalende moment van zijn binnenkomst) een alleenstaande minderjarige is in de zin van deze richtlijn. Deze, ook door nevenzittingsplaats Roermond gegeven, uitleg aan de Gezinsherenigingsrichtlijn strookt bovendien met de aanhef van artikel 29, tweede lid, van de Vw 2000. De rechtbank komt dan ook met zittingsplaats Roermond in de uitspraak van 26 april 2016 tot de conclusie dat verweerder, door te verwijzen naar de uitspraak van de Afdeling en zich op het standpunt te stellen dat de aanvraagdatum van de mvv bepalend is voor het antwoord op de vraag of referent een alleenstaande minderjarige is, niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eisers niet in aanmerking komen voor de aangevraagde mvv.
De uitspraak op rechtspraak.nl