Rb. Den Haag 10 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1514

Somalië/ Mogadishu/15c Dri/Al-Shabaab/ terugkeer uit het Westen/ Reer Hamar/ WBV 2015/7. De uitwerking van WBV 2015/7 heeft als consequentie dat vreemdelingen die tot de Reer Hamar behoren en in het verleden op grond van WBV 2012/24 een verblijfsvergunning asiel ingevolge artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw is verleend thans nog immer internationale bescherming genieten, terwijl andere vreemdelingen, zoals de vreemdeling in kwestie, die tot dezelfde clan behoren en geloofwaardig geachte problemen in Somalië (Mogadishu) vanwege hun afkomst naar voren hebben gebracht die bescherming wordt onthouden omdat door de gewijzigde situatie in Mogadishu problemen bij terugkeer aldaar vanwege het behoren tot de Reer Hamar niet langer aannemelijk zijn te achten. Daarbij komt dat blijkens de brief van de staatssecretaris van 29 september 2015 de verlenging van het besluit- en vertrekmoratorium alleen geldt voor vreemdelingen afkomstig uit gebieden in Centraal- en Zuid-Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab en derhalve niet voor vreemdelingen afkomstig uit Mogadishu. De staatssecretaris is aldus van mening dat Somalische asielzoeker uit Mogadishu en behorend tot de Reer Hamar, wier aanvraag is afgewezen, kunnen terugkeren naar Mogadishu of daarnaar kunnen worden uitgezet, doch maakt daarbij ten aanzien van personen behorend tot die groep aan wie wel internationale bescherming is verleend een pas op de plaats omdat nog niet is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft. Hierdoor hanteert de staatssecretaris in dit geval ten aanzien van asielzoekers die tot dezelfde bevolkingsgroep behoren en uit dezelfde plaats afkomstig zijn verschillende criteria voor wat betreft risico-inschatting bij terugkeer, waarbij nog dient te worden opgemerkt dat hij geen specifieke criteria heeft vastgesteld voor beantwoording van de vraag of sprake is van een wijziging van omstandigheden met een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter. Aldus is niet duidelijk op basis van welke overwegingen de staatssecretaris heeft besloten vooralsnog af te zien van intrekking van de op grond van WBV 2012/24 aan leden van de Reer Hamar verleende internationale bescherming. Voor dit onderscheid in behandeling is geen rechtvaardiging te vinden. De Definitierichtlijn biedt geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat lidstaten ten aanzien van dezelfde categorie asielzoekers verschil kunnen en mogen maken met betrekking tot intrekking of verlening van internationale bescherming. De situatie voor leden van de Reer Hamar in Mogadishu is als zodanig hetzelfde en vraag om een identiek zorgvuldige afweging met betrekking tot de vraag of internationale bescherming dient te worden verleend, dan wel kan worden beëindigd. Beroep gegrond. Vernietiging van het besluit vanwege strijd met het gelijkheids- en motiveringsbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken