Rb. 's-Gravenhage 16 april 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5230
Procesbelang / vluchtelingenstatus. Eiser is afkomstig uit Afghanistan en heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit. Het is allereerst de vraag in hoeverre eiser voldoende procesbelang heeft bij de vaststelling dat hij voor toelating als vluchteling in aanmerking komt, nu die vaststelling niet meer kan leiden tot verlening van een daarop gebaseerde status. Indien eiser in zijn beroep niet zou worden toegelaten, zou de beslissing dat hij niet in aanmerking komt voor toelating als vluchteling, formele rechtskracht verkrijgen en onaantastbaar worden. In de procedure met betrekking tot de mvv-aanvragen van zijn gezin zou dan van die vaststelling moeten worden uitgegaan. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat met de invoering van het nieuwe recht niet elke mogelijkheid voor eiser om zijn gezin te laten nareizen is komen te vervallen. Naast het onmiddellijkheidsbeginsel geldt nog een ander uitgangspunt: bij heroverweging moet de betrokkene (zo mogelijk) worden gebracht in de juridische positie waarop hij recht had als tijdig juist was beslist. De rechtbank kan niet inzien dat uit de toepassing van het onmiddellijkheidsbeginsel volgt dat in dit geval niet meer de mogelijkheid tot nareizen bestaat. Uit de toelichting op de Vw 2000 blijkt niet dat een zodanige strikte werking van dit beginsel is beoogd. Daarom gaat de rechtbank er in deze procedure van uit dat noch verweerder noch de minister van Buitenlandse Zaken in het kader van de heroverweging van de mvv-aanvraag, een beslissing kunnen nemen zonder acht te slaan op onder het oude recht ontstane aanspraken die bij een eerdere, tijdige en juist genomen beslissing hadden moeten worden gehonoreerd. Voorts staat artikel 30, onder b, Vw 2000 er niet aan in de weg, mede gezien de toelichting van de staatssecretaris, dat alsnog wordt bepaald of eiser als vluchteling had moeten worden toegelaten. Gelet op het voorgaande heeft eiser belang bij zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat, ook indien van de geloofwaardigheid van eisers gestelde politieke activiteiten zou worden uitgegaan, deze niet van een zodanige aard en omvang zijn, dat aannemelijk wordt geacht dat eiser hierdoor gegronde vrees heeft voor vervolging. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl