Rb. Den Haag 24 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:13445

Libië, einduitspraak, algemene veiligheidssituatie in Libië, ex nunc toetsend, artikel 8 EVRM, inmenging, familie- of gezinsleven, privéleven, aanvullend besluit, fair balance, feitelijke invulling, samenwoning, Basisregistratie Personen, more than normal emotional ties, belangen van het kind, 15c-situatie, toetsingskader, uitzonderlijke situatie, Libya Body Count, doorklikken, ambtsbericht inzake Libië, België, Noorwegen, Zweden, gemeenschappelijk Europees asielbeleid, identiek normenkader, juridische duiding, feitelijke situatie, subsidiaire bescherming, EASO, Tripoli, wijdverbreid geweld, juridische kwalificatie, burgerslachtoffers, relevant geografisch gebied, gemeenschappelijke normen, afbakening Uit het aanvullend besluit leidt de rechtbank af dat verweerder blijft bij zijn standpunt ter zitting dat de strijdende partijen oorlogsmethoden hanteren die de kans op burgerslachtoffers vergroten. De vraag of het gebruik van die methoden bij de strijdende wijdverbreid is, heeft verweerder in het aanvullend besluit niet met zoveel woorden beantwoord. Nu verweerder geen onderscheid maakt tussen de verschillende milities, gaat de rechtbank ervan uit dat verweerder die vraag bevestigend heeft beantwoord. Volgens verweerder zijn de gebruikte methoden niet van belang, omdat het geweld niet als wijdverbreid is te beschouwen. Verweerder heeft echter de vraag wat in dit verband het relevante geografische gebied is, ook niet expliciet beantwoord terwijl de beantwoording van die vraag van belang is voor de beoordeling van de wijdverbreidheid of plaatselijkheid van het geweld. Anders dan eiser in zijn reactie veronderstelt heeft de rechtbank in de tussenuitspraak niet zelf reeds bepaald wat als relevant gebied heeft te gelden. In het aanvullend besluit concludeert verweerder dat er, nu het geweld voornamelijk plaatsvindt in Tripoli en Benghazi, geen sprake is van wijdverbreid geweld. Daaruit leidt de rechtbank af dat verweerder in ieder geval niet een stad als relevant gebied beschouwt, maar veeleer een regio of zelfs het hele land. Deze afbakening is door verweerder niet nader toegelicht, zodat niet duidelijk is of en zo ja, welke afweging aan die afbakening ten grondslag ligt. In zoverre is het bestreden besluit ook na aanvulling onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank merkt daarbij op dat de door verweerder (klaarblijkelijk) gehanteerde afbakening op voorhand niet onjuist hoeft te zijn, maar dat de afbakening van het relevante geografische gebied in het concrete geval afhankelijk is van de situatie ter plaatse. Wanneer burgers feitelijk geen mogelijkheid hebben om zich te verplaatsen van de ene naar de andere wijk, stad of regio, is dat immers van invloed op de vraag of een burger bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder in het aanvullend besluit niet de aantallen gewonden en ontheemden heeft betrokken, hoewel dat ook volgens verweerders eigen beleid een relevant element vormt bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. Voor zover verweerder die informatie niet heeft of ontoereikend acht, had het dan ook op zijn weg gelegen dat aan het besluit ten grondslag te leggen. Ten aanzien van de aantallen doden heeft verweerder in het aanvullend besluit wel opgemerkt dat uit het algemeen ambtsbericht en andere bronnen geen betrouwbaar beeld naar voren komt, omdat de schattingen uit verschillende bronnen van elkaar afwijken en de aantallen burgerslachtoffers niet te onderscheiden is van het totaal aantal. De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat schattingen onderling verschillen geen afdoende reden is om de geschatte aantallen doden, al dan niet uitgaande van de laagste, gemiddelde of meest betrouwbare schatting, niet bij de beoordeling te betrekken. Verder overweegt de rechtbank, onder verwijzing naar de tussenuitspraak, dat informatie over burgerslachtoffers in relatie tot het totaal aantal wel beschikbaar is. Zoals overwogen houdt Libya Body Count (na doorklikken) in de overzichten immers niet alleen informatie over de aantallen doden gevonden worden, maar ook over de incidenten waarbij die doden zijn gevallen en of dat burgerslachtoffers betreft. Kortom, ook op dit punt heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank het geconstateerde gebrek onvoldoende hersteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken