Rb. Den Haag 7 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6012

Eiser heeft nooit een asielaanvraag ingediend en voldoet daarom niet aan de voorwaarden van het Kinderpardon. Partijen worden verdeeld gehouden door de vraag of het onderscheid dat de Kinderpardonregeling maakt tussen asiel en regulier gerechtvaardigd is Artikel 14 van het EVRM vereist voor een onderscheid in behandeling van personen die zich in een vergelijkbare positie bevinden een objectieve en redelijke rechtvaardiging. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarbij een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging is voor het gemaakte onderscheid. Verweerder heeft daartoe kunnen wijzen op het verschil in verantwoordelijkheid die de overheid draagt voor asielzoekers ten opzichte van andere vreemdelingen. Ook heeft verweerder van belang kunnen achten dat de positie van vreemdelingen tijdens de asielprocedure verschilt van de positie waarin vreemdelingen tijdens een aanvraagprocedure om een reguliere verblijfsvergunning verkeren. Zij verblijven tijdens de asielprocedure doorgaans in een asielzoekerscentrum en uit verschillende onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling van kinderen schade kan oplopen als gevolg daarvan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken