Rb. Den Haag 8 augustus 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11525

Eisers hebben een beroep gedaan op de ‘Overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen’ (de Kinderpardonregeling). Zij voldoen echter niet aan de daarin gestelde voorwaarden. Eisers hebben tevens een beroep gedaan op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM). De relatie tussen de ouders van eisers is zeer gebrouilleerd. Eisers verblijven op verzoek van Bureau Jeugdzorg sinds december 2012 bij hun vader, terwijl hun moeder het formele gezag heeft. Gedwongen terugkeer naar Ghana brengt met zich dat eisers worden gescheiden van hun vader. Dat de vader van eisers in Ghana via de familiekamer kan proberen het formele gezag te verkrijgen, betreft een onzekere toekomstige gebeurtenis. Gelet op deze omstandigheden van het geval heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat verblijfsweigering niet leidt tot een schending van het gezinsleven van eisers in de zin van artikel 8 van het EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken