Art. 363 Sr, Ambtsmisdrijven
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de ambtenaar:
1°. die een gift of belofte dan wel een dienst aanneemt, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten;
2°. die een gift of belofte dan wel een dienst aanneemt, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten;
3°. die een gift of belofte dan wel een dienst vraagt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten;
4°. die een gift of belofte dan wel een dienst vraagt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die in het vooruitzicht van een dienstbetrekking bij een overheidswerkgever, indien de dienstbetrekking bij een overheidswerkgever is gevolgd, een feit begaat als in het eerste lid, onder 1° en 3°, omschreven.
3. Hij die een feit als omschreven in het eerste lid begaat in verband met zijn hoedanigheid van minister, staatssecretaris, commissaris van de Koning, gedeputeerde, burgemeester, wethouder of lid van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. Indien het feit is gepleegd ten behoeve van een buitenlandse mogendheid wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 7 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1212
- HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8673
- Hof Den Haag 20 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3702
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8751
- Conclusie A-G Bleichrodt 29 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:528
- HR 17 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:32
- HR 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2157
- HR 13 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6793
- HR 26 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6180
- HR 14 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR1522
- Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1514
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9047
- Rb. Rotterdam 21 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3199
- HR 13 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5414
- Hof 's-Hertogenbosch 27 juni 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2720
- Conclusie A-G Knigge 19 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1282
- Conclusie A-G Spier 14 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR1522
- HR 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:580
- Hof 's-Hertogenbosch 2 maart 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:715
- Hof Den Haag 30 juni 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1751