Rb. Amsterdam 30 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9739

WAMCA. Eerste fase en ontvankelijkheid bij de burgerlijke rechter. Ontvankelijkheid van individuele eisers naast de WAMCA-vordering van Amnesty. Algeheel demonstratieverbod in Amsterdam op grond van de “Noodverordening Ongeregeldheden 7 en 8 november” en de “Noodverordening Ongeregeldheden 10 november”. De eisende partijen vorderen een verklaring voor recht dat de gemeente Amsterdam onrechtmatig heeft gehandeld en een verbod om voor meerdere dagen een algeheel demonstratieverbod uit te vaardigen voor alle demonstraties in de gehele stad, behalve in een algemene noodtoestand en binnen de strikte vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit. De rechtbank verklaart de eisende partijen ontvankelijk in hun vorderingen bij de burgerlijke rechter. Het demonstratieverbod in de noodverordeningen gold rechtstreeks voor iedereen in Amsterdam en kwam niet eerst tot toepassing door een besluit dat voor bezwaar en beroep vatbaar was. Bij de bestuursrechter staat geen beroep open tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. Het is niet nodig dat Amnesty de belangen en groep van personen waarvoor zij opkomt nader concretiseert, want het demonstratierecht komt een ieder toe. Amnesty heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van individuele vorderingen. De individuele eisers hebben gelijkluidende, maar eigen vorderingen ingesteld. Zij zijn géén partij in de collectieve procedure van Amnesty en beogen dat ook niet. Zij hebben een eigen belang, dat mede bestaat uit de mogelijkheid desgewenst hun eigen processtrategie te bepalen. Zij treden naast elkaar op en de rechtsvorderingen behouden hun materiële en processuele zelfstandigheid. Het procesrecht verbiedt dat niet, ook niet in een procedure waarin een collectieve vordering wordt ingesteld. De rechtbank geeft geen toepassing aan de voorschriften om te beoordelen wat de collectieve vordering inhoudt, voor welke nauw omschreven groep personen deze is ingesteld en de zogenoemde opt-out-mogelijkheid. Deze voorschriften zijn niet toegesneden op een collectieve procedure die beoogt de onrechtmatigheid van een algemeen verbindend voorschrift vast te stellen. Evenmin wijst de rechtbank een exclusieve belangenbehartiger aan. Wel stelt zij een termijn voor het beproeven van een overeenkomst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken