HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049
Rechtsmachtverdeling burgerlijke rechter en bestuursrechter. Collectieve actie (art. 3:305a BW) m.b.t. hoogte instellingscollegegeld van universiteiten. Rechtsgang van titel 7.4 WHW met voldoende waarborgen omkleed? Niet-ontvankelijkheid van vordering bij burgerlijk rechter (HR 28 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0527, NJ 1992/687 (Changoe/Staat)). Status van beslissingen van bijzondere instellingen; art. 112 Grondwet. Vordering tot toetsing van algemeen verbindend voorschrift; mogelijkheid voor belanghebbende tot uitlokken van daarop gebaseerd besluit dat vatbaar is voor bezwaar en beroep (HR 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1296 (Staat/Privacy First)). Verschil met HR 11 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2169, NJ 1997/165 (Leenders/Ubbergen). Rechtsbescherming voor aspirant-studenten die willen opkomen tegen hoogte instellingscollegegeld; voldoende waarborgen?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 112 Gw
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 1:1 Awb
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 8:3 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 7.32 WHW
- Artikel 7.34 WHW
- Artikel 7.37 WHW
- Artikel 7.43 WHW
- Artikel 7.46 WHW
- Artikel 7.59a WHW
- Artikel 7.64 WHW
- Artikel 7.65 WHW
- Artikel 7.66 WHW
- Artikel 7.68 WHW
- Artikel 4 Kzbo
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 2 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 13 IVESCR