Rb. Amsterdam 19 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2996

Pools vervolgings-EAB. Uitspraak na arrest Hof van Justitie van de EU (HvJ) in de zaak ‘Dubers’ (C-641/23, ECLI:EU:C:2026:3). De rechtbank heeft vastgesteld dat het niet betalen van alimentatie voor een minderjarig kind naar Nederlands recht niet strafbaar is, maar ziet aanleiding om van weigering van de overlevering af te zien. De raadsman heeft verzocht de Minister van Justitie en Veiligheid (MvJ&V) om de garantie te vragen dat de verstrekte terugkeergarantie zal worden geëffectueerd, ook al is het feit naar Nederlands recht niet strafbaar. Het HvJ heeft in zijn arrest ‘Dubers’ een uitleg gegeven die meebrengt dat als de overlevering afhankelijk is gemaakt van de terugkeergarantie en de rechtbank heeft afgezien van weigering van de overlevering op grond van het ontbreken van de strafbaarheid naar Nederlands recht, de MvJ&V in het kader van de terugkeer niet opnieuw mag beoordelen of het belang van maatschappelijke re-integratie zwaarder weegt dan het belang bij weigering op grond van het ontbreken van strafbaarheid naar Nederlands recht. De erkenning van het buitenlandse vonnis mag daarom in beginsel niet worden geweigerd vanwege het ontbreken van strafbaarheid naar Nederlands recht. Hierop bestaat naar het oordeel van het HvJ echter een uitzondering, namelijk als sprake is van gewijzigde omstandigheden in de juridische of feitelijke situatie van de opgeëiste persoon (het verzwakken of verdwijnen van de band met Nederland) die het niet uitvoeren van de terugkeergarantie rechtvaardigen. In dat geval mag de MvJ&V wél een nieuwe beoordeling maken die ertoe kan leiden dat terugkeer naar Nederland achterwege blijft. Van doorkruising van de doelstelling van de terugkeergarantie is dan geen sprake, want terugkeer naar Nederland zou in een dergelijk geval niet meer die doelstelling dienen. Naar het oordeel van de rechtbank is met het door het HvJ geschapen kader voldoende gewaarborgd dat de MvJ&V, behoudens de door het HvJ geschetste uitzonderingssituatie, het oordeel van de rechtbank over de weigeringsgrond van dubbele strafbaarheid zal volgen. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om op dit punt nadere garanties te vragen van de MvJ&V, zoals door de raadsman verzocht. De MvJ&V is immers gehouden de wet kaderbesluitconform uit te leggen, zodat er vanuit kan worden gegaan dat hij zich zal houden aan de uitspraak van het HvJ. Verder is een verweer ex art. 9-1-f OLW gevoerd. Dit verweer slaagt niet omdat het niet betalen van alimentatie naar Nederlands recht niet strafbaar en er daarom naar Nederlands recht geen sprake kan zijn van verjaring van het recht om te vervolgen. De rechtbank heropent het onderzoek ter zitting voor het stellen van nadere vragen i.k.v. art. 11 OLW betreffende het ‘remand regime’ in het Huis van Bewaring waar de OP na eventuele overlevering zal worden geplaatst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken