Rb. Amsterdam 29 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8942
Tussenbeslissing klaagschrift ex artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De enkele omstandigheid dat klager niet meer de status van verdachte heeft is geen reden om het klaagschrift gegrond te verklaren. De rechtbank heeft vastgesteld dat het filterproces van eventuele geheimhoudersgegevens onder de in beslag genomen gegevens is afgerond. Als resultaat van het filterproces zijn meerdere gegevens op de informatiedragers aangemerkt als geheimhoudersgegevens. Dit betekent dat de uitvoering van het EOB partieel zou kunnen worden geweigerd op grond van artikel 5.4.4, eerste lid, aanhef en onder a Sv, namelijk voor zover deze uitvoering ziet op de geheimhoudersgegevens op de inbeslaggenomen informatiedragers. Op grond van dat artikel kan de erkenning of uitvoering van een EOB pas (partieel) worden geweigerd, wanneer na overleg met de uitvaardigende staat en nadat indien nodig de uitvaardigende autoriteit is verzocht om onverwijld aanvullende gegevens te verstrekken, moet worden vastgesteld dat de uitvoering van het bevel onverenigbaar is met een krachtens Nederlands recht geldend voorrecht of immuniteit waaronder mede wordt verstaan een verschoningsrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl