HR 1 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1030
OM-cassatie. Beklag ex art. 552a Sv van advocaten tegen kennisneming en gebruik van geheimhoudersgegevens (correspondentie tussen klagers en cliënt) die na vordering van OvJ zijn verstrekt door bedrijf en verzoek tot vernietiging daarvan i.v.m. verschoningsrecht. 1. Waarborgen rondom uitgrijzen van geheimhoudersgegevens. Kon Rb oordelen dat uitgrijzen van geheimhoudersgegevens in deze zaak niet gelijkgesteld kan worden aan vernietigen daarvan? 2. Voorwaardelijk middel kan buiten bespreking blijven. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:1257, HR:2024:375 en HR:2025:578 over vernietiging van geheimhoudersgegevens. Aan oordeel van Rb dat uitgrijzen van geheimhoudersgegevens in deze zaak niet gelijkgesteld kan worden aan vernietigen daarvan heeft zij ten grondslag gelegd dat deze gegevens zich nog in onderzoeksdossier bevinden, dat beveiliging tegen kennisneming daarvan (uitgrijzen) ongedaan kan worden gemaakt en dat waarborgen die OvJ heeft genoemd dat niet anders maken. Oordeel van Rb is niet toereikend gemotiveerd. In het licht van waarborgen beschreven in memo van FIOD, die o.m. inhouden dat (i) gebruik wordt gemaakt van digitale profielen waardoor leden van onderzoeksteam uitgegrijsde gegevens niet kunnen ontgrijzen, (ii) handelingen m.b.t. uitgrijzen en ontgrijzen worden geverbaliseerd en (iii) ontgrijzen alleen plaatsvindt na onherroepelijk oordeel van (geheimhouders)OvJ of (als bevel tot vernietiging a.b.i. art. 126aa.2 Sv is gegeven) van rechter en na aanvullende toestemming van FIOD directeur opsporing, behoeft nadere motivering waarom niet is voldaan aan vereisten dat uitgegrijsde gegevens niet meer kenbaar zijn en dat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van processtukken en dat daarop in verder verloop van strafproces geen acht wordt geslagen. Dat wordt niet anders doordat Rb heeft overwogen dat ontgrijzen automatisch gebeurt als containerbestand wordt losgekoppeld en opnieuw wordt ingeladen in andere onderzoeksomgeving, nu Rb geen vaststellingen heeft gedaan over vraag welke (al dan niet bij opsporingsonderzoek betrokken) personen deze handelingen kunnen verrichten. HR neemt in aanmerking dat OvJ bij behandeling in raadkamer (in reactie op opmerking van klager dat bij maken van kopie alle uitgegrijsde stukken weer zichtbaar worden) heeft gesteld dat rechercheurs niet uit Forensic Toolkit kunnen kopiëren en dat alleen digitale medewerker geheimhouding uitgegrijsde gegevens weer toegankelijk kan maken. Ad 2. Tweede middel is voorgesteld onder voorwaarde dat HR bij beoordeling van eerste middel geen acht slaat op memo van FIOD. Nu voorwaarde niet is vervuld, kan tweede middel buiten bespreking blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op HR:2022:1257.
De uitspraak op rechtspraak.nl