Rb. Amsterdam 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:179
Pools EAB ten behoeve van executie van een in 2018 aan de opgeëiste persoon opgelegde vrijheidsstraf. Voortzetting na de tussenuitspraak van 3 september 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:4328) waarin een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie is gesteld, die op 17 december 2020 is beantwoord (ECLI:EU:C:2020:1033) De rechtbank handhaaft haar oordeel dat er sprake is van systemische gebreken in de rechtsorde van Polen, waardoor de Poolse wetgeving niet langer de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht waarborgt. In het licht van het antwoord van het Hof van Justitie oordeelt de rechtbank dat the Circuit Court in Sieradz dat het EAB heeft uitgevaardigd hiertoe bevoegd was, ondanks de systemische gebreken in de Poolse rechtsorde. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het grondrecht van de opgeëiste persoon op een onafhankelijk gerecht is geschonden en dat hij als gevolg daarvan in 2018 geen eerlijk proces heeft gehad. De opgeëiste persoon heeft niet aangevoerd dat hij geen eerlijk proces heeft gehad en heeft ook geen informatie verschaft die daarop kan duiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl