Rb. Amsterdam 30 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7964
Verzoekster heeft ten laste van verweerders executoriaal beslag gelegd op de aandelen die verweerder sub 2 houdt in verweerster sub 1 en de aandelen die verweerster sub 1 houdt in haar dochtervennootschappen. Een derde heeft conservatoir derdenbeslag laten leggen onder verweerders op alle gelden die zij hebben of verschuldigd mochten worden aan verzoekster. Dit beslag strekt tot zekerheid van betaling van een (mogelijke) vordering van de derde op verzoekster. Verweerders menen dat dit derdenbeslag aan executie van de aandelen in de weg staat. De rechtbank oordeelt anders: de gelegde derdenbeslagen brengen niet met zich dat verzoekster niet tot executie van de aandelen mag overgaan. De derde heeft immers geen beslag gelegd op de aandelen. Zelfs indien sprake was geweest van cumulatieve beslagen, hadden de derdenbeslagen niet aan executie door verzoekster in de weg gestaan, omdat verzoekster als eerste en (vooralsnog) enige executoriale beslaglegger ook in dat geval bevoegd zou zijn om tot executie over te gaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 445 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 458 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 477 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 480 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 490 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 723 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:119 BW6