Art. 483c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van de verdeling van de opbrengst der executie
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Niet opeisbare vorderingen en vorderingen die recht geven op periodieke uitkeringen, worden in de rangschikking begrepen voor hun waarde ten tijde van het opmaken van de staat van verdeling.
2. Bij de berekening wordt uitsluitend gelet op het tijdstip en de wijze van aflossing, het kansgenot, waar dit bestaat, en, indien de vordering rentedragend is, op de bedongen rentevoet.