Art. 477 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van executoriaal beslag onder derden
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De derde-beslagene die overeenkomstig het vorige artikel verklaring heeft gedaan, is verplicht de volgens deze verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder te voldoen en de verschuldigde goederen of af te geven zaken te zijner beschikking te stellen.
2. Verschuldigde geldsommen worden uitbetaald tot het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, verminderd met de kosten van de in artikel 476b, tweede lid, bedoelde afschriften en vermeerderd met de door de deurwaarder aan de derde-beslagene op te geven kosten van executie, die door de deurwaarder uit het betaalde worden voldaan. Verschuldigde goederen of af te geven zaken mogen onder de derde worden gelaten, totdat zij voor de verdere afwikkeling van de executie nodig blijken.
3. Is een door het beslag getroffen vordering of een verplichting tot afgifte van een door het beslag getroffen zaak er een onder tijdsbepaling of voorwaarde, dan kan slechts betaling of afgifte na het verschijnen van het aangewezen tijdstip of de vervulling van de voorwaarde worden gevorderd.
4. De beslaglegger is bevoegd tot opzegging, wanneer de vordering niet opeisbaar is, maar door opzegging opeisbaar gemaakt kan worden. Hij is jegens de geëxecuteerde gehouden niet onnodig van deze bevoegdheid gebruik te maken.
5. Hetgeen in handen van de deurwaarder is gesteld, wordt verder geëxecuteerd overeenkomstig de gewone regels, die voor de executie daarvan gelden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3953
- HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619
- CRvB 8 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2511
- HR 16 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:918
- HR 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR2776
- CRvB 25 juli 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD9586
- Rb. Amsterdam 29 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5691
- Conclusie A-G Snijders 23 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:580
- Conclusie A-G de Bock 5 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:102
- HR 15 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3104
- Hof 's-Gravenhage 22 mei 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7226
- Hof Amsterdam 17 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3008
- Conclusie A-G Snijders 10 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:167
- Conclusie A-G Wortel 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3104
- Hof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:91
- CRvB 8 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2512
- CRvB 30 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6529
- Rb. Limburg 28 september 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:7575
- Rb. Gelderland 11 februari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1795
- Rb. Den Haag 15 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8640