Conclusie A-G Sinnige 3 februari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:145
Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan VS. Twee middelen opgeëiste persoon en één middel OM. Middelen opgeëiste persoon gaan over (1) mogelijkheid dat in strafzaak doodstraf zal worden opgelegd en in dat kader door Amerikaanse autoriteiten gegeven garanties en (2) onzekerheid over strafbare feiten die zullen worden ten laste gelegd (specialiteitsbeginsel). Beide middelen falen vanwege feit dat het niet aan uitleveringsrechter, maar aan minister van Justitie en Veiligheid, is om hierover te oordelen. Middel OM slaagt. Klaagt terecht over oordeel van rechtbank dat niet uitgeleverd kan worden voor ‘accessory after the fact of murder’ omdat feit naar Nederlands recht geen strafbedreiging van meer dan een jaar kent. Rechtbank heeft miskend dat accessoire uitlevering (art. 2 Uitleveringsverdrag NL-VS) wel mogelijk is. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft beslissing rechtbank dat uitlevering ontoelaatbaar is voor zover betrekking hebbende op ‘accessory after the fact of murder’, tot toelaatbaarverklaring daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De uitspraak op rechtspraak.nl