Conclusie A-G van Wees 26 augustus 2025, ECLI:NL:PHR:2025:856
Conclusie AG. Doodslag door opzettelijk met vrachtwagen inrijden op motoragent en verlaten plaats ongeluk (art. 287 Sr en 7 WWW 1991). Middel 1 over de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel naast een ongemaximeerde terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Dit middel faalt volgens de AG omdat deze combinatie van maatregelen mogelijk is en oplegging in dit geval geen nadere motivering behoefde. Middel 2 over toekenning van affectieschade aan de levensgezel van het slachtoffer met toepassing van de uitzondering van art. 6:108 lid 4 sub g BW. Ook dit middel faalt volgens de AG omdat de stellingen van de benadeelde partij, waaruit volgt dat sprake was van een voldoende nauwe persoonlijk relatie van de benadeelde partij tot het slachtoffer, als onvoldoende gemotiveerd betwist zijn komen vast te staan. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 81 RO
- Artikel 37a Sr
- Artikel 38e Sr
- Artikel 38m Sr
- Artikel 38v Sr
- Artikel 38w Sr
- Artikel 38z Sr
- Artikel 51f Sv
- Artikel 359 Sv
- Artikel 6:2:17 Sv
- Artikel 6:6:23a Sv
- Artikel 6:6:23b Sv
- Artikel 6:6:23c Sv
- Artikel 1:377a BW1
- Artikel 6:108 BW6
- Artikel 6 WVW
- Artikel 7 WVW
- Artikel 1 Besluit vergoeding affectieschade
Aangehaalde uitspraken
- Hof Den Haag 16 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1219
- HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:644
- HR 13 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1860
- HR 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:975
- HR 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:770
- Conclusie A-G Paridaens 16 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:251
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- HR 6 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2916
- HR 20 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG1645
- HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130
- HR 31 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9291