HR 6 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2916
Vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v Sr. Uit de tekst en wetsgeschiedenis van art. 38v.1 sub 1° of 2° Sr volgt dat de vrijheidsbeperkende maatregel kan worden opgelegd ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van het – opnieuw – begaan van strafbare feiten. Uit ’s Hofs overweging blijkt dat het bij zijn veroordeling van verdachte t.z.v. openlijke geweldpleging de vrijheidsbeperkende maatregel heeft opgelegd ter voorkoming van strafbare feiten en dat het daarbij acht heeft geslagen op een eerdere veroordeling van verdachte t.z.v. openlijke geweldpleging. Daarmee heeft het Hof de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl