Conclusie A-G Bleichrodt 22 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:486
Conclusie PG. Verzoek tot regeling rechtsgebied vanwege positief competentiegeschil (art. 526 Sv) en beroep op onschuldpresumptie (art. 6 lid 2 EVRM). Hebben twee gerechten zich ‘dezelfde zaak’ aangetrokken? Twee vervolgingen wegens concrete Opiumwetdelicten en deelneming aan criminele organisatie met oogmerk het plegen van Opiumwetdelicten. Berichten verstuurd met SkyECC-accounts. De PG gaat in op de regeling met betrekking tot competentiegeschillen en het toetsingskader. Bij de beoordeling of sprake is van ‘dezelfde zaak’ moet worden aangesloten bij het begrip ‘hetzelfde feit’ a.b.i. art. 68 Sr. De PG meent dat er geen aanknopingspunten zijn dat de twee vervolgingen zien op ‘dezelfde zaak’. De vervolgingen zien op (deelneming aan) twee verschillende criminele samenwerkingsverbanden, zonder overlap tussen de deelnemers. Geen schending van de onschuldpresumptie door uitlatingen van de rechtbank over cryptobewijs dat in beide zaken een rol speelt. Conclusie strekt tot afwijzing van het verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:213
- HR 14 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1559
- HR 15 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:358
- HR 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:387
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1113
- HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1114
- HR 20 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY3556
- HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102
- HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL6663
- HR 20 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5608
- HR 27 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1575
- HR 26 november 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0583
- HR 13 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC9892