Conclusie A-G Sinnige 11 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1233

Conclusie AG. Moord op ex-partner in Kerkrade. Middelen verdachte gaan over (1) ontbreken compenserende factoren voor gebruik voor bewijs van verklaring Keskin-getuige, (2) schending art. 3 EVRM wegens oplegging levenslange gevangenisstraf en (3) aantal dagen gijzeling bij opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. M1: uit oordelen en vaststellingen hof volgt dat getuigenverklaring niet van wezenlijk belang is voor bewezenverklaring, de bewijsvoering voldoende steunbewijs bevat voor verklaring getuige en hof betrouwbaarheid van die verklaring zorgvuldig heeft onderzocht. Daarop gebaseerde oordeel hof dat strafprocedure in geheel aan art. 6 EVRM voldoet niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. M2: A-G gaat in op art. 3 EVRM in relatie tot mogelijkheden tot rehabilitatie die Staat levenslanggestrafte moet bieden en kijkt in dat verband ook naar huidige nationale systeem. AG komt tot conclusie dat in individuele zaak verdachte onvoldoende aanleiding bestaat om aan te nemen dat op moment oplegging levenslange gevangenisstraf al strijd zou bestaan met art. 3 EVRM. M3: slagend middel over te hoog aantal dagen waarop gijzeling is bepaald. Middel benadeelde partij klaagt tevergeefs over niet-ontvankelijkverklaring in vordering vergoeding affectieschade.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken