Art. 4 Besluit Adviescollege levenslanggestraften, Taak
Besluit Adviescollege levenslanggestraften
1. Het Adviescollege heeft de volgende taken:
a. adviseren voor welke re-integratieactiviteiten een levenslanggestrafte in aanmerking komt;
b. het naar aanleiding van de start van een gratieprocedure informeren van de minister over de voortgang van de resocialisatie- en re-integratieactiviteiten van de levenslanggestrafte in die gevallen waarin het Adviescollege eerder een advies als bedoeld in onderdeel a. heeft uitgebracht;
c. het op verzoek van de minister adviseren over het aanbieden van re-integratieactiviteiten;
d. het op diens verzoek informeren van de Minister over de voortgang van de resocialisatie- en re-integratieactiviteiten van de levenslanggestraften in andere dan de in onderdeel b bedoelde gevallen.
2. Het eerste advies van het Adviescollege, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt vijfentwintig jaar na aanvang van de detentie uitgebracht.
3. Uiterlijk drie jaar na het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt aan de hand van een voorstel tot gratieverlening als bedoeld in artikel 19 van de Gratiewet de mogelijkheid tot gratieverlening beoordeeld.
4. Bij zijn advisering hanteert het Adviescollege de volgende criteria:
a. het recidiverisico;
b. de delictgevaarlijkheid;
c. het gedrag en de ontwikkeling van de levenslanggestrafte gedurende zijn detentie;
d. de impact op de slachtoffers en nabestaanden en in de sleutel daarvan de vergelding.
5. De levenslanggestrafte wordt door het Adviescollege gehoord. De nabestaanden en slachtoffers worden door het Adviescollege gehoord. De hoorzittingen vinden plaats in het Europese deel van Nederland. Degene die zich buiten het Europese deel van Nederland bevindt, wordt niet in persoon maar via een beveiligde videoverbinding gehoord.
6. Bij het advies als bedoeld in het eerste lid, onder a, bepaalt het Adviescollege tevens binnen welke termijn het Adviescollege een vervolgadvies zal uitbrengen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:600
- HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:601
- HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:602
- Rb. Midden-Nederland 20 maart 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1046
- Hof Amsterdam 24 juni 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1842
- Conclusie A-G Spronken 14 november 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1002
- HR 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:177
- Conclusie A-G Harteveld 28 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:343
- Conclusie A-G Hofstee 20 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:392
- HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:603
- Hof Den Haag 19 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:73
- Conclusie A-G Harteveld 18 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1387
- Conclusie A-G Harteveld 28 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:352
- Conclusie A-G Spronken 19 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:256
- HR 9 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:826
- Rb. Den Haag 6 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:866
- Conclusie A-G Aben 24 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:299
- Conclusie A-G Aben 24 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:296
- Conclusie A-G Aben 24 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:293
- Conclusie A-G Sinnige 11 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1233