Conclusie A-G Koopman 12 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:40

Verplaatsing zetel naar Malta; non-remitted (vermogens)winst; art. 2(5) en art. 30 verdrag Nederland-Malta; bevoegdheid tot navordering; veranderde ressortering; art. 16(1) AWR; nieuw feit; Wie is als ‘de inspecteur’ bevoegd tot navordering?; ambtelijk verzuim; kennisversplintering; Welke informatie is de inspecteur (redelijkerwijs) bekend?; Staat een pleitbaar standpunt in de weg aan navordering wegens kenbare fout (art. 16(2)(c) AWR)? De feitelijke leiding van belanghebbende is eind 2011 verplaatst naar Malta. Volgens de Inspecteur wijst het belastingverdrag met Malta (hierna: Verdrag) niet het exclusieve heffingsrecht over de resultaten van belanghebbende toe aan Malta, omdat (primair) belanghebbende haar inkomsten niet naar Malta heeft overgemaakt of aldaar heeft ontvangen (art. 2(5) Verdrag) en (subsidiair) omdat belanghebbende gebruik maakt van een bijzondere regeling in Malta (art. 30 Verdrag). De primitieve aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2012, 2013 en 2014 zijn opgelegd conform de aangiften, naar belastbare bedragen van nihil. Vervolgens zijn de onderhavige navorderingsaanslagen voor die jaren opgelegd. De Rechtbank en het Hof hebben de navorderingsaanslagen in stand gelaten. In deze zaak neemt A-G Koopman conclusie vanwege drie kwesties die samenhangen met de bevoegdheid tot navordering. De eerste kwestie is wie er als ‘de inspecteur’ bevoegd is tot oplegging van de in art. 16(1) AWR bedoelde navorderingsaanslag. Daarmee samenhangend rijst de vraag of die bevoegdheid wijzigt als de belastingplichtige gaat ressorteren onder een ander organisatieonderdeel van de Belastingdienst. A-G Koopman meent dat een dergelijke verandering geen wijziging in de bevoegdheid teweeg brengt. De landelijk directeuren van de in art. 3(1)(a)(a1) Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde organisatieonderdelen blijven elk bevoegd. Het enige gevolg van de veranderde ressortering is dat de belastingplichtige een ander aanspreekpunt krijgt. De gemandateerde ambtenaren werkzaam onder elk van deze vier landelijke directeuren blijven dus allen bevoegd tot het opleggen van belastingaanslagen en het verrichten van de overige aan de inspecteur toebedeelde bevoegdheden. De tweede vraag is welke informatie kan worden gerekend tot de feiten die de inspecteur bekend zijn of redelijkerwijs bekend kunnen zijn in de zin van art. 16(1)(slotzin) AWR. Die vraag is met name relevant bij kennisversplintering. Die kennisversplintering doet zich voor als voor de aanslagregeling relevante informatie wel beschikbaar is binnen de Belastingdienst, maar niet tijdig het digitale dossier bereikt dat de aanslagregelend ambtenaar gebruikt bij vaststelling van de aanslag van de belanghebbende. A-G Koopman is van mening dat dit in beginsel geen navordering verhinderend ambtelijk verzuim oplevert. Hierop gelden twee uitzonderingen: (1) kennisversplintering door systeemfouten of organisatorische tekortkomingen gelden als ambtelijke verzuimen van de landelijk directeur, zijnde de inspecteur; en (2) de bijzondere gevallen waarop de arresten van de Hoge Raad van 27 oktober 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1343) en 3 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1508) zien. De derde kwestie is of een pleitbaar standpunt in de weg staat aan navordering wegens een kenbare fout als bedoeld in art. 16(2)(c) AWR. Volgens A-G Koopman kan die vraag niet categorisch met ja worden beantwoord. De vraag of de belanghebbende in zijn aangifte al dan niet een pleitbaar standpunt heeft ingenomen is geen zelfstandig criterium bij toepassing van art. 16(2)(c) AWR. Het gaat erom of die belanghebbende ten tijde waarop hij de aanslag onder ogen krijgt wist of behoorde te weten dat die aanslag als gevolg van een fout te laag is vastgesteld. De regel dat de fout in elk geval kenbaar is als de te weinig geheven belasting ten minste 30% van de verschuldigde belasting bedraagt, is dus ook van toepassing als die belastingplichtige in zijn aangifte een pleitbaar standpunt heeft ingenomen. A-G Koopman geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep ongegrond te verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken