Conclusie A-G Pauwels 1 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:229
Art. 16(d) Wet WOZ. Samenstel van eigendommen. Schiphol-arrest. Zijn onroerende zaken op twee locaties van een (glas)tuinbouwkwekerij aan te merken als een samenstel? Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van onroerende zaken op twee locaties waar een glastuinbouwbedrijf wordt geëxploiteerd. De Heffingsambtenaar heeft voor elk van de twee onroerende zaken afzonderlijk een WOZ-beschikking gegeven. Belanghebbende meent dat de objectafbakening onjuist is, omdat de onroerende zaken een samenstel vormen in de zin van art. 16(d) Wet WOZ. Het Hof heeft belanghebbende in het ongelijk gesteld. Het heeft daarbij in aanmerking genomen geografische omstandigheden en omstandigheden die de afzonderlijke bruikbaarheid betreffen. A-G Pauwels leidt uit de processtukken af dat sprake is van een proefprocedure en dat het belang is gelegen in de energiebelasting. De A-G meent dat het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond is. Het eerste middel is gebaseerd op de opvatting dat voor de beoordeling of eigendommen kunnen worden aangemerkt als een samenstel beslissend is of de eigendommen door een bedrijf worden gebruikt dat als één samenhangend geheel moet worden beschouwd en de eigendommen door dat bedrijf voor één organisatorisch doel worden aangewend. De A-G meent dat deze opvatting is gebaseerd op een te ruime interpretatie van het Schiphol-arrest. Het door belanghebbende voorgestane beslissingscriterium is namelijk in het Schiphol-arrest geformuleerd in de context van eigendommen “die onmiskenbaar een geografisch samenhangend geheel vormen”. De drie andere middelen kunnen evenmin tot cassatie leiden. De omstandigheden die het Hof in aanmerking heeft genomen, zijn in cassatie niet bestreden. De waardering van de omstandigheden is aan het Hof voorbehouden. Het oordeel van het Hof getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, is toereikend gemotiveerd en is niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Zeeland-West-Brabant 18 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:283
- Rb. Noord-Holland 5 april 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:3853
- Hof Den Haag 22 februari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:276
- Hof Den Haag 18 januari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:41
- Hof 's-Hertogenbosch 14 september 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3201
- Rb. Rotterdam 27 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6505
- Rb. Den Haag 2 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:16511
- Hof Arnhem-Leeuwarden 15 september 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:7363
- CBb 2 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:364
- CBb A-G de Vlam 3 december 2019, ECLI:NL:CBB:2019:658
- Rb. Oost-Brabant 20 april 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:1978
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:365
- HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1328
- Conclusie A-G IJzerman 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:355
- HR 13 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3060
- Rb. Breda 14 augustus 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AY7640
- HR 30 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3550
- HR 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AD6058
- Conclusie A-G ILSINK 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AD6058
- HR 27 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5341