Rb. Zeeland-West-Brabant 18 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:283

Belanghebbende levert gas en elektriciteit aan verbruikers die een tuinbouwbedrijf uitoefenen met meerdere productielocaties die ieder een eigen aansluiting voor energie hebben. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de op aangifte voldane energiebelasting over het tijdvak februari 2021 en neemt het standpunt in dat meerdere aansluitingen van één verbruiker voor de berekening van de verschuldigde energiebelasting als één aansluiting aangemerkt mag worden. De stelling van belanghebbende dat de inspecteur niet mag afwijken van de door de gemeenten afgegeven WOZ-beschikkingen slaagt niet omdat belanghebbende de WOZ-beschikkingen van de verbruikers over het jaar 2021 niet heeft overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een samenstel van gebouwde eigendommen op grond van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ. De stelling van belanghebbende dat bij de beoordeling hiervan de organisatorische samenhang beslissend is, wordt door de rechtbank verworpen. De rechtbank is van oordeel dat bij elk van de verbruikers sprake is van zelfstandige onroerende zaken en er daarom voor de berekening van de verschuldigde energiebelasting sprake is van meerdere aansluitingen. Belanghebbende heeft daarom geen recht op een teruggave van energiebelasting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken