Conclusie A-G Keulen 11 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:687

Conclusie AG. Medeplegen afpersing voormalig lid motorclub No Surrender. 1. Klachten over afwijzing getuigenverzoeken en gebruik van getuigenverklaring en Whatsappgesprekken voor het bewijs. 2. Klachten over verwerping verweer dat schendingen Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting hadden moeten leiden. 3. Klacht over oordeel hof dat sprake is van meerdaadse samenloop. 4. Klacht dat hof bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn het juiste toetsingskader heeft miskend. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 21/05344; 21/05285; 21/05329; 21/05369; 21/05260.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/05355
Zitting 11 juli 2023
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte

1 De verdachte is bij arrest van 17 december 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens 1. ‘afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’ en 2. ‘medeplegen van poging tot zware mishandeling’ veroordeeld tot 37 maanden gevangenisstraf, waarvan 24 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Daarbij heeft het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

2 Er bestaat samenhang met de zaken 21/05344, 21/05285, 21/05329, 21/05369 en 21/05260. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, heeft vier middelen van cassatie voorgesteld.

4 Het eerste middel betreft de afwijzing van getuigenverzoeken en het gebruik van een getuigenverklaring en Whatsappgesprekken voor het bewijs. Het tweede middel betreft de verwerping van het verweer dat schendingen van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (verder, in navolging van het hof: AVR) tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie dan wel bewijsuitsluiting hadden moeten leiden. Het derde middel ziet op ’s hofs oordeel dat sprake is van meerdaadse samenloop. Het vierde middel bevat de klacht dat het hof bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn het juiste toetsingskader heeft miskend.

5 Voordat ik de middelen bespreek, geef ik de bewezenverklaring en de bewijsvoering weer, het verweer inzake schendingen van de AVR en de verwerping daarvan, delen van de AVR zelf, alsmede het procesverloop in hoger beroep en (delen van) enkele processtukken.

Bewezenverklaring en bewijsvoering

6 Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

‘1. primair

zij in de periode van 7 en 8 november 2016 te [plaats] en/of te Groningen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een zak met hennep, toebehorende aan [slachtoffer] en/of zijn zoon en/of een vriend van zijn zoon, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met haar mededader(s)

- een strijkijzer heeft klaargezet en

- die [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft gestompt (met handschoenen met rubberen noppen erop aan) en geschopt met geschoeide voet en/of geprobeerd heeft die [slachtoffer] in zijn kruis te trappen (met geschoeide voet) en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze zijn vrouw ook nog wel klein zouden krijgen en

- het strijkijzer heeft getoond en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze de No Surrender tatoeage met het strijkijzer weg zouden branden en

- die [slachtoffer] meermalen heeft bedreigd met de dood, als er geen geld zou komen en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij geld moest betalen en dat ze wisten waar hij woonde en/of dat ze zijn vingers af zouden knippen en

- die [slachtoffer] een handdoek in zijn mond heeft gepropt en

- die [slachtoffer] heeft gedwongen mee te rijden in een busje naar een plek nabij de Papiermolen.

2 primair

zij in de periode van 7 en 8 november 2016 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm en rustig beraad, tezamen en in vereniging met haar mededaders die [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft gestompt (met handschoenen met rubberen noppen erop aan) en/of geschopt (met geschoeide voet), terwijl de uitvoering van dal voorgenomen misdrijf niet is voltooid.’

7 Het hof heeft in het bestreden arrest onder meer de volgende bewijsoverwegingen opgenomen (met weglating van voetnoten en – andere − verwijzingen):

’3. Oordeel hof

Gelet op de standpunten van de verdediging en het openbaar ministerie zal het hof eerst ingaan op de betrouwbaarheid van [slachtoffer] en de bruikbaarheid van zijn verklaring voor het bewijs. Vervolgens stelt het hof onder 3.2. de feiten en omstandigheden vast die uit zijn verklaring kunnen worden afgeleid en komt onder 3.3. het steunbewijs aan de orde. Ten slotte volgt onder 3.4 de conclusie inhoudende de juridische beoordeling en beantwoording van de vraag of de ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

3.1 Betrouwbaarheid [slachtoffer]

Het hof stelt voorop dat - zoals bij de bespreking van de formele verweren reeds is overwogen - er geen formeel beletsel is om de verklaringen van [slachtoffer] voor het bewijs te gebruiken. Er is geen aanleiding om op grond van artikel 359a Sv tot bewijsuitsluiting over te gaan, nu op geen enkele manier is gebleken dat [slachtoffer] bij de totstandkoming van zijn verklaring op onrechtmatige wijze is beïnvloed. Daarin schuilt derhalve geen onbetrouwbaarheid.

Ten aanzien van de inhoud van de verklaringen is van belang dat het hof heeft gelet op de mate van consistentie, accuraatheid en volledigheid van de verklaringen van [slachtoffer] . Daarbij gaat het om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop deze zijn afgelegd. Het enkele feit dat in verklaringen op onderdelen tegenstrijdigheden of onduidelijkheden voorkomen, zoals de verdediging heeft aangevoerd, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Verschillen tussen verklaringen (zoals wie waar zat in de bus) kunnen immers veroorzaakt zijn door de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht onder invloed van emoties, ontstaan door het delict of door het tijdsverloop. Dat [slachtoffer] ten tijde van het gebeuren onder invloed verkeerde van drugs en/of alcohol en behoorlijk zwaar is mishandeld, zal daarbij ook een rol hebben gespeeld. Hetzelfde geldt voor de stress en hectiek waar ten tijde van de eerste verhoren sprake van was, in verband met het overbrengen naar een safehouse. Dit betekent niet dat de betrouwbaarheid van zijn verklaring daardoor volledig is aangetast, maar het is wel een aspect dat onduidelijkheden en verschillen op detailniveau kan verklaren.

Bij het hof wekken de verklaringen van [slachtoffer] als geheel een geloofwaardige, authentieke indruk. Nadat [slachtoffer] aan verbalisant 97006 te kennen had gegeven dat hij bereid was aangifte te doen, na daar kennelijk een afweging in te hebben gemaakt, heeft hij zijn verhaal gedaan. Samen met de andere verklaringen die hij nadien heeft afgelegd, vormt dit een volledig en gedetailleerd verslag, met een logisch, plausibel verloop. De inhoud van zijn verklaring past bij de emotionele en fysieke toestand waarin hij in de nacht van 7 op 8 november 2016 eerst door een getuige, en later door de politie werd aangetroffen. [slachtoffer] is bovendien stellig in hetgeen hij heeft verklaard en heeft zijn verklaring als getuige onder ede bevestigd. Het feit dat bepaalde specifieke details uit zijn verklaring stroken met forensisch of ander bewijs (zoals het bloed op de muur in de woning van [verdachte] ) sterkt het hof in de overtuiging dat hij naar waarheid heeft verklaard.

Dat [slachtoffer] niet meteen alle namen van de betrokken verdachten heeft genoemd, doet aan het voorgaande niet af. [slachtoffer] heeft daar zelf een plausibele verklaring voor gegeven, te weten dat hij in eerste instantie vooral [medeverdachte 2] voor zich zag. Nu [medeverdachte 2] ook de meest agressieve en gewelddadige van de verdachten was, is dat niet onaannemelijk.

Voorts acht het hof het, gelet op alle emoties, het toegebrachte letsel, de hectiek en bijzondere omstandigheden rondom de eerste verhoren, begrijpelijk en invoelbaar dat [slachtoffer] niet meteen een ‘panklaar’ verhaal heeft verteld. Dat er bij [slachtoffer] na verloop van tijd steeds meer informatie en ook gezichten en namen van betrokkenen zijn opgekomen, acht het hof dan ook bepaald niet onvoorstelbaar.

Ten slotte acht het hof van belang dat de ten laste gelegde feiten zich afspelen tegen de achtergrond van het lidmaatschap van de motorclub No Surrender, een club die bekend staat om zijn besloten karakter. Er geldt een zwijgplicht: spreken over wat er binnen de club gebeurde is, ook thans nog, volledig in strijd met de clubregels waaraan leden zich vrijwillig onderwerpen. Tegen deze achtergrond acht het hof aannemelijk dat [slachtoffer] , die de verdachten in meer of mindere mate kende, wel twee keer heeft nagedacht voordat hij de namen van zijn voormalige clubgenoten bij de politie op gaf. Het pas later noemen van namen kan derhalve ook (deels) vanuit herbezinning op zijn eigen hulpeloze situatie te verklaren zijn.

Hoe dan ook zijn er meerdere omstandigheden denkbaar die van invloed kunnen zijn geweest op het wel of niet direct noemen van namen van betrokken personen door [slachtoffer] . Het enkele feit dat sommige namen niet meteen zijn genoemd, maakt naar het oordeel van het hof niet dat de latere verklaring daarover onbetrouwbaar is.

Bij het wegen van de betrouwbaarheid van de verklaringen, slaat het hof ook acht op hetgeen de verdachten tegenover de verklaring van [slachtoffer] hebben gesteld. In dat kader is van belang dat de verdachten zich in eerste instantie veelal op hun zwijgrecht hebben beroepen en dat niet één van hen gedurende de procedure volledige openheid van zaken heeft willen geven. Ook verdachte niet. Gezien het verloop van de verklaringen van verdachte en haar medeverdachten heeft het hof de stellige indruk gekregen dat zij steeds pas zijn gaan verklaren, nadat zij met belastende zaken werden geconfronteerd en daar simpelweg ‘niet meer onderuit’ konden. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van verdachte en haar medeverdachten inhoudelijk gezien een veel minder kloppende, geloofwaardige indruk hebben gewekt dan die van [slachtoffer] .

Al met al ziet het hof geen reden om aan de inhoud van de verklaring van [slachtoffer] te twijfelen en acht het hof die voldoende geloofwaardig en betrouwbaar. Met de advocaten-generaal is het hof van oordeel dat er niets in de weg staat aan het voor het bewijs gebruiken van zijn verklaringen, óók waar het betreft de verklaringen die in eerste instantie tegenover de politie zijn afgelegd. Het hof gaat dan ook in beginsel uit van de door [slachtoffer] geschetste gang van zaken. Wel ziet het hof in de omstandigheid dat [slachtoffer] zwaar is mishandeld aan onder andere zijn hoofd en dat hij ten tijde van de mishandeling onder invloed verkeerde van drank en/of drugs, aanleiding om behoedzaam met zijn verklaring om te gaan en zoveel als mogelijk acht te slaan op steun in objectieve bewijsmiddelen, zoals hierna zal worden overwogen.

3.2 Feiten en omstandigheden zoals die blijken uit de verklaring van [slachtoffer]

Aanloop:

Uit de verklaring die [slachtoffer] op 21 november 2016 ten overstaan van de politie heeft afgelegd, blijkt dat hij op zaterdag 5 november 2016 in [plaats] bij [verdachte] thuis is geweest en dat hij daar de nacht heeft doorgebracht. [verdachte] had gevraagd of hij de dag daarna, op zondag, weer kwam ‘chillen’. Dit ging niet door, waarna [verdachte] vroeg of hij dan op maandag kwam. [slachtoffer] stemde daarmee in en is op maandag 7 november 2016 om 20:45 uur bij [verdachte] thuis in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] aangekomen.

Mishandeling:

[slachtoffer] heeft in zijn eerste verklaring op 9 november 2016 verklaard dat nadat hij op 7 november 2016 bij [verdachte] in de woning kwam, hij even met haar heeft gepraat en wat te drinken kreeg. [slachtoffer] : “En toen in één keer ging de deur open, en toen zag ik in één keer de kop van [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] ), zag ik zo recht op mij af komen (...). Voordat ik het door had, kreeg ik petsen en klappen en toen werd er gedreigd dat ze mijn tatoeage zouden eraf branden met een strijkijzer daar, die stond al klaar. (...) Het bloed van mij zat tegen de muur omhoog. Heb ik zelf nog af moeten halen.” Over [verdachte] heeft [slachtoffer] verklaard dat zij erbij was. Het leek dat ze schrok, maar daarna ging ze ook op [slachtoffer] lopen foeteren: “En ze zei ook toen ze zo kanker was op mij ‘ja en dat wijf van jou is ook niet klaar met mij, die maak ik ook nog wel klein”. Enne ze wou me een volle trap in mijn zak geven, dus die heb ik gefaked dat ik die kreeg”.

[slachtoffer] moest van [verdachte] van de bank af en op de grond gaan zitten. [verdachte] wilde hem in zijn kruis trappen, maar omdat hij zijn hand ervoor hield, trapte ze keihard tegen zijn hand aan. Naar aanleiding van de opmerking van verbalisanten dat [slachtoffer] eerst had aangegeven dat hij had ‘gefaked’ dat hij die trap kreeg, heeft [slachtoffer] verklaard: “Dus wel in mijn noten, alleen ja, ja, toen heb ik daarna een spelletje lopen spelen van echt echt dat het raak was, want ik denk: anders ga ik er nog één achteraan krijgen”. Hieruit leidt het hof af dat [verdachte] [slachtoffer] wel heeft geraakt, maar dat dit door de afweerbeweging tegen zijn hand was.

[slachtoffer] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] hem sloeg terwijl hij motorhandschoenen aan had, met plastic doppen op de knokkels. [slachtoffer] : “En hij heeft op mijn hoofd lopen stampen”. Hij riep daarbij “kankermongool”, en “wat lieg je nou”, “ik maak je dood”. Hij ging maar door. Hij riep ook “wakker blijven!”, omdat [slachtoffer] steeds bijna wegviel.

Later in zijn verklaring op 9 november 2016 heeft [slachtoffer] nog wat zaken omtrent de mishandeling verduidelijkt: na binnenkomst begon [medeverdachte 2] gelijk te slaan, vol op het gezicht. De anderen ( [slachtoffer] noemt dan [medeverdachte 3] en later op 16 november 2016 telefonisch [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ) en op 18 november 2016 [medeverdachte 5] ) begonnen tegelijkertijd te meppen. [slachtoffer] geeft aan dat hij in elkaar is geklapt en dat hij toen op zijn ribben en hoofd werd getrapt en zich de hele tijd moest afweren. Hij voelde het bloed uit zijn oren druppen. [medeverdachte 2] zei daarbij dat hij “doekoe” moest hebben.

Geld regelen:

[slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachten geld van hem eisten. [slachtoffer] : “Toen moest ik uh... geld gaan regelen. Ze wouden 5.000 euro hebben”. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij daarom [betrokkene 1] , een vriend van zijn zoon heeft gebeld (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ). Er is meerdere keren contact met [betrokkene 1] geweest. De eerste keer dat [slachtoffer] met [betrokkene 1] belde was nog in de woning van [verdachte] . Na het bellen gingen de mannen en [verdachte] met elkaar overleggen aan de tafel.

Van [plaats] naar de Papiermolen:

Na de mishandeling werd [slachtoffer] naar eigen zeggen naar buiten begeleid. Hij zegt daarover: “ [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] ) was er toen. [medeverdachte 6] (het hof begrijpt: [medeverdachte 6] ), nee [medeverdachte 6] zat in de bus, er was nog een donkere jongen bij. [medeverdachte 3] (fon) was erbij. Ik weet het niet, [medeverdachte 3] . (...) [medeverdachte 3] , [medeverdachte 3] . (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ). (…)”

[slachtoffer] moest plaatsnemen in een nieuwe werkbus. Dit was een donkergekleurde Transporter. Uit de verklaring van [slachtoffer] blijkt er naast de bus ook een auto van de woning van [verdachte] naar de Papiermolen is gereden. Volgens [slachtoffer] stapten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] of [medeverdachte 3] (het hof begrijpt wederom: [medeverdachte 3] ) in een Renault. Later verklaart hij dat dit [medeverdachte 4] was die met [medeverdachte 2] in de Renault stapte en dat [medeverdachte 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) in de VW Transporter zat. In ieder geval waren [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij de Papiermolen aanwezig.

Papiermolen:

Eenmaal aangekomen bij de Papiermolen te Groningen, moest [slachtoffer] meelopen. [slachtoffer] : “En toen met [medeverdachte 6] liep ik daar, [medeverdachte 6] (fon) liep ik daar. En die ene securityboy, die nieuwe, die ik niet ken. En.... Toen kwam uh, kwam uh, me zoon eraan rijen, samen met die jongen. (...) toen is mijn zoon uitgestapt. En die heeft gezegd ‘wat is er allemaal aan de hand?” En die is uh, toen is [medeverdachte 6] erheen gelopen. En zei “er moet geld komen”. Toen had mijn zoon hem een zak gegeven. En uh.. Toen werd er gezegd “er moet nog meer komen, er moet nog meer komen”. Toen werd er al gezegd “dat lukt niet”. Toen werd er gezegd “morgen komen we bij je huis langs en dan halen we meer op”. Toen heb ik gezegd “ik doe mijn best”.”

[slachtoffer] geeft in eerste instantie aan niet te weten wat er door zijn zoon in de zak is overhandigd: geld of hennep. In een latere verklaring geeft [slachtoffer] te kennen dat hem later is gebleken dat het hennep is geweest.

Van Papiermolen naar Glimmen:

Nadat de zak was overhandigd is [slachtoffer] weer de bus ingegaan. [slachtoffer] heeft over dat moment verklaard: “Nou, ik ging die bus in, [medeverdachte 2] die kwam bij die, bij die, bij die deur staan, [medeverdachte 6] zat naast mij en waar [medeverdachte 6] zat daar stond [medeverdachte 2] buiten de bus. En [medeverdachte 2] zei tegen, toen kneep ik hem echt, toen zei die tegen [medeverdachte 6] “jij maakt het [slachtoffer] wel even hartstikke goed duidelijk hè?” zei die ‘jij regelt het verder allemaal” en uh, toen werd die deur, toen zei [medeverdachte 6] “ja ja is goed”. Toen werd die deur dicht gedaan, en toen zijn, toen zijn we gaan rijen.”

[slachtoffer] : “Toen uh staat me bij dat we ergens bij Vinkhuizen (fon) zijn geweest, (...) Denk ik, en uiteindelijk daar bij uh Glimmer, Glimmen, Glimmer (het hof begrijpt: Glimmen), nou daar bij, waar ik die paddenstoel, daar heb ik, daar moest ik mij uitkleden van [medeverdachte 6] . Maar toen wouden ze, hij wou dat ik alles uit deed, maar ik ben gaan lopen, ik had mijn broek al uit, ik had mijn schoenen uit, had mijn trui uit. Had mijn t-shirt nog aan en mijn onderbroek nog aan, en mijn sokken en ben ik gaan lopen. Toen zeiden ze “die kant oplopen en niet om kijken”. Toen ben ik gaan kijken of ik huizen kon vinden, toen heb ik aangebeld bij uh... Bij een huis waar licht was. Vervolgens is de politie en ambulance gekomen (...).”

In het ziekenhuis is bij [slachtoffer] een hersenschudding geconstateerd, een gebroken neus, een forse bloeduitstorting in zijn aangezicht, een gescheurde oorschelp en gekneusde borstkas. Tevens was sprake van een scheur in het trommelvlies.

Rechter-commissaris

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer] op 14 december 2017 in lijn met zijn verklaring bij de politie verklaard en gepersisteerd bij de gestelde betrokkenheid van [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] . De mannen kwamen ongeveer een kwartiertje à 20 minuten nadat [slachtoffer] bij [verdachte] was gekomen en wat te drinken had gekregen. [slachtoffer] heeft sommige onderdelen uit eerdere verklaringen gecorrigeerd en verduidelijkt. Over de betrokken personen heeft hij verklaard dat hij ze allemaal kende van No Surrender. Bij de mishandeling sloeg [medeverdachte 4] vanaf rechts en [medeverdachte 2] vanaf links. [medeverdachte 3] stopte op een bepaald moment. [slachtoffer] : “ [medeverdachte 2] bleef maar doorgaan. Hij trapte tegen mijn hoofd. Bloed liep uit mijn oren, neus en mond. Hij zei “ik maak je dood”. Ze bleven maar doorgaan als of ik een stuiterbal was of zo. Ik word nu enorm boos. Ik werd door iedereen geslagen, behalve [verdachte] . [medeverdachte 2] bleef doorgaan toen de anderen stopten. [medeverdachte 2] ging 5 minuten zitten, ik denk dat hij moe was en daarna stond hij op en ging mij weer slaan met die handschoen aan. Hij probeerde mijn kop kapot te trappen. Dat is wel drie à vier keer gebeurd. Bloed van mij spatte op de muur. [verdachte] zei [slachtoffer] ga op de grond zitten. Alles komt er onder te zitten. Mijn meubels en alles gaat kapot. Ik moest het bloed met een handdoek van de muur halen. (...) Ik ben op de grond gaan zitten en iemand kwam achter mij staan en trok een handdoek over mijn gezicht en deed die in mijn mond. Met die handdoek moest ik het bloed weghalen (...).”

[slachtoffer] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zowel [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: verdachte) als [medeverdachte 2] tegen hem zeiden dat hij geld moest regelen. Ze schreeuwden dat. Volgens [slachtoffer] hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ook gedreigd om zijn tatoeage eraf te branden en dat ze zijn vingers eraf wilden knippen. [slachtoffer] : “ [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zeiden tegen mij dat als ik mijn tatoeage niet voor vrijdag weg zou halen dat ze het dan zouden wegbranden en dat ze mijn vingers eraf zouden knippen als ik niet zou betalen.” Deze verklaring over het wegbranden van de tatoeage voor vrijdag strookt met hetgeen [slachtoffer] in zijn eerste verklaring op 9 november 2016 tegenover de politie heeft gezegd.

Voorts is van belang hetgeen [slachtoffer] op 20 maart 2018 bij de rechter-commissaris heeft verklaard: “U vraagt of ik wist waar ik heen ging toen ik in de bus zat. We zouden naar de Papiermolen gaan. Dat hoorde ik van [medeverdachte 4] en van [medeverdachte 2] toen we richting de bus liepen. (...) U vraagt naar de rol van [medeverdachte 4] bij de Papiermolen, waar [medeverdachte 4] was toen ik daar aankwam. Dat weet ik niet meer. (.. .) U vraagt hoe ik dan wel weet dat hij erbij was. Het hele clubje was samen op de parkeerplaats. U vraagt hoe het kan dat ik dit wel weet. Bepaalde stukken kan ik terug halen en bepaalde stukken kan ik niet terug halen. Het kan zijn dat als ik morgen deze vraag weer moet beantwoorden, dat ik dan het ene niet meer weet en het andere weer wel. U vraagt mij of ik meer kan vertellen, wat ik weet van de rol van [medeverdachte 4] bij de Papiermolen. Ik weet van hem heel weinig meer, hij was er wel bij. Hij was erbij in het huis, hij heeft mij daar geslagen. Hij was er ook bij de Papiermolen. Ik zag hem vooruit lopen en dat is wat ik nog weet.”

Met betrekking tot het gebeuren op 8 november 2016:

In de verklaring van 20 maart 2018 bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer] verklaard over de dag na de mishandeling, toen hij uit het ziekenhuis werd ontslagen. [slachtoffer] : “Ik heb voor de eerste keer met de politie gesproken nadat ik in elkaar getrapt was door [medeverdachte 2] . Dit was de ochtend daarna, voor het ziekenhuis. Dit gesprek duurde ongeveer 10 seconden. Hij vroeg of ik wilde praten. Ik zei tegen die politieman dat hij op moest rotten, omdat er mensen van No Surrender stonden te posten. De agent zei dat hij een kaartje had gegeven aan mijn vriendin. Als ik wilde praten moest ik dat nummer bellen. U vraagt wanneer ik dat nummer voor het eerst heb gebeld. ik heb dat nummer gebeld toen [medeverdachte 6] bij mij aan de deur stond om geld te eisen en mij af te persen en mij te bedreigen. Als ik niet zou betalen, zouden mijn vingers worden afgeknipt. Hij zei ook dat ik mijn tatoeage voor vrijdag moest verwijderen, anders zou het worden weggebrand. Ik zou maar moeten gaan werken als een mannelijke hoer als ik het geld niet voor elkaar zou krijgen.” (...) “U vraagt wie de deur open heeft gedaan toen [medeverdachte 6] de volgende dag bij mij aan de deur kwam. Ik heb de deur open gedaan, [medeverdachte 6] stond bij het hek. De afstand tussen de deur en het hek is een metertje of vier. Ik kon hem via het keukenraam zien staan. Ik ben naar het hek toegelopen. Mijn jongste en mijn oudste zoon zijn met mij meegelopen naar het hek toe en stonden er bij.

Betrokkenen:

Vanaf zijn eerste verklaring heeft [slachtoffer] stellig verklaard over de aanwezigheid van [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de woning van [verdachte] verklaard, en [medeverdachte 6] buiten bij de bus. [slachtoffer] heeft immers verklaard dat toen hij uit de woning van [verdachte] kwam, [medeverdachte 6] uit de bus kwam zetten. Daarvoor had hij [medeverdachte 6] nog niet gezien. [medeverdachte 6] was er niet bij in de woning.

In een latere verklaring, op 21 november 2016, heeft [slachtoffer] ook de namen van [medeverdachte 5] , van wie de bus was, en [medeverdachte 4] genoemd. Zij waren volgens hem ook bij de mishandeling betrokken en waren ook aanwezig bij de Papiermolen. [slachtoffer] heeft verklaard dat deze namen terugkwamen toen hij helder van geest begon te worden. Het beeld van [medeverdachte 2] vervaagde op den duur en toen kwamen er ook gezichten bij de andere posturen die hij zag. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] kent hij van No Surrender, aldus [slachtoffer] .

Dat [slachtoffer] zich meer kon herinneren, had hij een paar dagen vóór 21 november 2016, al aan verbalisant 97006 doorgebeld. In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2016 relateert verbalisant daarover: “Hij vertelde mij dat hij zich een andere naam kon herinneren van een van de mannen die hem hadden ontvoerd en afgeperst. Hij noemde de naam [medeverdachte 4] . Hij had deze naam diverse malen gehoord in de conversaties tussen de verdachten onderling ten tijde van het plegen van de feiten. [slachtoffer] gaf aan zich te herinneren dat genoemde [medeverdachte 4] woonde aan de [b-straat] in [plaats] . Hij wist niet het juiste perceelnummer. Hij vertelde dat [medeverdachte 4] woonde in het zesde of zevende huis aan de zijde waar men de straat in kan rijden. De voordeur van de woning zou vernield zijn en er zou een grote barst in de voordeurruit zitten. Bij onderzoek in de geautomatiseerde systemen van de politie eenheid Noord Nederland bleek in de [b-straat 1] te wonen [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum] 1988. Deze man zou [medeverdachte 4] genoemd worden. In een mutatie werd aangetroffen dat bij [medeverdachte 4] zijn woning, de voordeur was vernield en er een grote barst in zijn voordeurruit zat. Uit de systemen blijkt dat [medeverdachte 4] lid is van motorclub No Surrender, in de functie van sergeant of arms.

Blijkens een proces-verbaal van 18 november 2016 nam [slachtoffer] die dag opnieuw telefonisch contact op met verbalisant 97006. Verbalisant 97006: “Hij vertelde dat de film van wat hem was overkomen constant in zijn hoofd draaide. Hij zei dat hij steeds helderder kon denken. Hij vertelde dat hij in de aangifte die van hem was opgenomen, hij gesproken had over een gezette, wat dikkere man. Hij vertelde dat hij zich nu herinnerde dat deze man [medeverdachte 5] genaamd is.”

Alle mannen zoals [slachtoffer] die blijkens het voorgaande heeft genoemd en die hij kent, zijn door hem op foto’s herkend:

- de door hem genoemde [medeverdachte 2] (foto 13) betreft [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] 1981;

- de door hem genoemde [medeverdachte 3] (foto 14) betreft [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] 1984;

- de door hem genoemde [medeverdachte 4] (foto 3) betreft [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum] 1988;

- de door hem genoemde [medeverdachte 5] (foto 9) betreft [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum] 1990;

- de door hem genoemde [medeverdachte 6] (foto 6) betreft [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedatum] 1985.

Samenvatting

Samengevat komen de gebeurtenissen zoals die volgens [slachtoffer] in de avond en nacht van 7 op 8 november 2016 hebben plaatsgevonden, erop neer dat [slachtoffer] op uitnodiging van [verdachte] naar de woning van [verdachte] is gekomen. Enige tijd daarna is hij door 5 of 6 mannen, waaronder [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , belaagd en zwaar mishandeld. De mishandeling heeft tussen 22:00 uur en 22:15 uur plaatsgevonden. Door de mishandeling en dreigingen is [slachtoffer] onder druk gezet om geld te regelen, hetgeen hem ertoe heeft gebracht [betrokkene 1] te bellen. Buiten de woning van [verdachte] stond op dat moment [medeverdachte 6] . [slachtoffer] is vervolgens vervoerd naar de Papiermolen. Hij zat in een VW Transporter en er reed ook een Renault Megane mee. Bij de Papiermolen waren in ieder geval [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aanwezig. Bij die Papiermolen is door [slachtoffer] zijn zoon een zak met inhoud, vermoedelijk hennep, aan de belagers overhandigd. Vervolgens moest hij opnieuw in de bus plaatsnemen, is hij naar een bos in Glimmen meegenomen, alwaar hij uit de bus is gezet en werd gedwongen zich uit te kleden. In gewonde toestand heeft hij uiteindelijk bij een woning aangebeld en is hij door een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. De dag erna, op 8 november 2016 is hij thuis door [medeverdachte 6] bezocht, alwaar onder dreiging van geweld om meer geld werd gevraagd.

Zoals hiervoor reeds uiteen gezet, acht het hof de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig en betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het hof stelt op grond daarvan vast dat alle verdachten die thans in het onderzoek Turgon terecht staan ( [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] ), op enigerlei wijze bij de door hem gestelde gebeurtenissen betrokken zijn geweest.

Het hof gebruikt daarvoor het volgende steunbewijs.

3.3 Steunbewijs

Verklaring verdachte:

[verdachte] heeft ter terechtzitting van het hof op 2 november 2021 verklaard dat het klopt dat [slachtoffer] op 7 november 2016 in haar woning aan de [a-straat 1] te [plaats] is mishandeld door meerdere mannen, waaronder [medeverdachte 2] . Zij heeft daarover verklaard dat zij wist dat [medeverdachte 2] een conflict met [slachtoffer] had en dat zij wist dat het “geen leuk gesprek zou worden”. Zij heeft haar woning hier voor ter beschikking gesteld en wist dat [medeverdachte 2] zou komen. Daarover had zij contact met hem gehad.

[verdachte] heeft verder verklaard dat het klopt dat zij in de appjes, die zij op 6 november 2016 aan [medeverdachte 2] heeft gestuurd, waarin zij spreekt over “kk mongool”, en “hij komt morgen’, over [slachtoffer] spreekt. Ten aanzien van het Facebookbericht op 7 november 2016 inhoudende dat ze iets moet lozen, heeft [verdachte] verklaard dat dat over de jas van [slachtoffer] ging en dat die uitgewassen moest worden.

Verklaring medeverdachte [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 5] heeft op 15 november verklaard dat hij een blauwe Volkswagen Transporter op zijn naam heeft staan en dat hij de bus sinds drie weken heeft. Dit komt overeen met de verklaring van [slachtoffer] over een nieuwe, donkergekleurde Transporter.

Forensische sporen

Op 10 november 2016 zijn in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] een paar zwarte handschoenen aangetroffen en veiliggesteld. Op de handschoenen werden bloedsporen aangetroffen die zijn voorzien van SIN AAJP4706NL. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) volgt dat de bloedsporen met SIN codes AAJP4706NL #01 en #02 (bemonstering van bloed op de buitenzijde van de rugzijde van de linkerhandschoen en een bemonstering van bloed op de buitenzijde van de palmzijde van de rechterhandschoen) gelinkt worden aan het DNA-profiel van [slachtoffer] . De zogenoemde matchkans daarbij is kleiner dan één op één miljard. Ten aanzien van de SIN code AAJP4706NL#03 (bemonstering met bloed van de binnenzijde van de linkerhandschoen), geldt dat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen is aangetroffen. Er is een afgeleid DNA-hoofdprofiel vastgesteld dat met een matchkans van één op één miljard kan worden gelinkt aan verdachte [medeverdachte 2] . Ten slotte is ten aanzien van de SIN code AAJP4706NL#04 (een bemonstering met bloed van de binnenzijde van de rechterhandschoen) een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen aangetroffen, waarvan minimaal één man. Er is een afgeleid DNA-hoofdprofiel vastgesteld dat eveneens met een matchkans van één of één miljard gelinkt kan worden aan verdachte [medeverdachte 2] .

In de woning van verdachte zijn op 10 november 2016 ook bloedsporen aangetroffen op het bankstel (welke bemonstering werd voorzien van SIN AAJP4707NL) en op de muren achter de hoekbank, ter hoogte van de verste hoek. Dat betroffen zeer kleine bloedspatten die waarschijnlijk deel uit hadden gemaakt van grotere bloedspatpatronen. Eén van de bloedspatten werd bemonsterd als SIN AAJP4708NL. Onderzoek van het NFI heeft uitgewezen dat ten aanzien van de bemonstering SIN AAJP4708NL#01 (bemonstering met bloed lange zijde binnenmuur) een DNA-profiel van een man is aangetroffen dat gelinkt kan worden aan [slachtoffer] . De matchkans is wederom één op één miljard.

Blijkens een proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 13 december 2016 is op 19 november 2016 sporenonderzoek verricht aan de VW Transporter met kenteken [kenteken] . Op de zitting van de achterbank van de VW Transporter is een bemonstering met bloed afgenomen (SIN code AAJP4713NL#01). Blijkens een deskundigenrapport van het NFI is ten aanzien van deze bemonstering een DNA-mengprofiel vastgesteld van minimaal vijf personen, waarvan minimaal één man, te weten [slachtoffer] , en minimaal vier andere personen.

Uit het NFI-rapport d.d. 24 oktober 2017 blijkt voorts dat het DNA-profiel van verdachte [medeverdachte 3] matcht met het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering AAJP4713NL#01. Dit betekent dat deze bemonstering naast celmateriaal van [slachtoffer] celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van de verdachte [medeverdachte 3] . De bemonstering bevat daarnaast celmateriaal van minimaal drie andere personen.

Verklaring getuige [betrokkene 2] :

[betrokkene 2] is op 21 november 2016 en 13 december 2016 gehoord door de politie en heeft bij die gelegenheden verklaard dat hij op 7 november 2016 tussen 23:00 uur en 23:30 uur bij de Papiermolen in Groningen is geweest, samen met [betrokkene 1] (door hem aanvankelijk ‘ [betrokkene 1] ’ genoemd). Volgens [betrokkene 2] werd hij die avond omstreeks 22:30 uur door [betrokkene 1] werd gebeld, die hem vroeg om mee te gaan. [betrokkene 2] is daarop naar [betrokkene 1] zijn huis gegaan en is daarna met hem meegereden naar Groningen. Dat was om ongeveer 22:45 uur. Onderweg kregen ze te horen dat ze naar de Papiermolen moesten. Bij de Papiermolen zag [betrokkene 2] zijn vader staan, met twee mannen. [betrokkene 2] : “Stapte ik uit, ik liep dus hierheen, hier liep een andere jongen heen en hier stond nog een andere man bij m'n vader, om voor te zorgen dat hij niet weg kon. (...) En de man hier, waarvan ik de naam ook weet, die eh ... begon met mij te praten. Die vroeg dus inderdaad "Heb je wat we nodig hebben?" Ik liep weer terug naar de auto, pakte het uit de auto, gaf het aan hem en ik liep toen met hun eerst mee om m'n vader te kunnen zien. (...) Dat is iets dat ik niet meer zal vergeten. Toen kreeg ik de schrik van m'n leven, een beeld wat ik ook niet meer vergeet, letterlijk. Hij is gewoon gemarteld.” [betrokkene 2] verklaart over hoe hij zijn vader zag staan; “Wankelend. Beduusd. Niet meer helder. Bloed over de hele rechterkant van z’n gezicht”.

[betrokkene 2] verklaart verder: “Man 1 is de persoon waaraan ik de plastic zak heb overhandigd, met inhoud.” Op de vraag of hij ook een naam weet, antwoordt [betrokkene 2] : “ [medeverdachte 6] ”. Volgens [betrokkene 2] lid van de club. Dat weet hij omdat hij ook wel eens met een hesje aan heeft gezien. Over persoon 2 zegt [betrokkene 2] : “Hij is kaal”. En hij heet [medeverdachte 5] . Ook [medeverdachte 5] heeft hij wel eens met een hesje van No Surrender gezien. Later in deze verklaring begint [betrokkene 2] over de naam [medeverdachte 5] te twijfelen, maar op 13 december zegt hij toch 100% zeker te weten dat de man [medeverdachte 5] heet.

[betrokkene 2] heeft verklaard dat hij nadat hij de tas had overhandigd, aan de mannen vroeg of hij zijn vader mee mocht nemen. Dat mocht niet. Ze zeiden dat hij geld moest betalen vanwege de bad stand. Pas de volgende dag zag [betrokkene 2] zijn vader terug.

Over die volgende dag heeft [betrokkene 2] verklaard dat hij erbij was toen zijn vader werd ontslagen uit het ziekenhuis. [betrokkene 2] : “Ja, dat die ontslagen werd was ik bij. En we stonden buiten, we werden in de gaten gehouden door één van de club. Ik weet ook precies hoe die d'r uit zag. (...) Wij stonden, als je letterlijk met je rug naar de ingang van het UMCG staat, stond 'ie links. Niet bij het glas, maar letterlijk bij de hoek van de muur en daar stond 'ie dan tegen aan te leunen, sigaretje te roken, hield 'ie ons in de gaten. Toen ik zijn kant op keek, keek 'ie steeds weg, toen we in de taxi stapte liep die weg. (...) Ik weet dat hij ons in de gaten hield. Want toen we aankwamen bij m'n vader thuis, nog geen 30 seconden later stond [medeverdachte 6] voor de deur. (...) Die kwam even verhaal halen. Uitleggen dat m'n vader een week de tijd had om te betalen, anders was 'ie dood. Hij zei niet letterlijk dat 'ie dan dood ging, hij zei gewoon: Je weet wat er dan gaat gebeuren, dan is het twee keer bad stand, daarna ben je dood.” Hij vertelde dat [slachtoffer] een week had om te betalen. Het ging om € 5.000,-. [betrokkene 2] : “En toen had ik dus gezegd van oké, maar als ik nou vanavond 1100 euro kan regelen, contant, kun je me dan meer tijd geven dat ik je dan later weer wat ga geven? Over een paar maand. Toen zei die: Ja, dat is goed. Zei die, maak ik met jou de afspraak en toen heb ik de hand geschud met hem.(...) Ik zou hem dus die avond om 8 uur, 1100 euro hebben gegeven, dat was de afspraak.” Tijdens het gesprek met ‘ [medeverdachte 6] ’ stonden ze in de voortuin, hij stond nog op de straat aan de andere kant van het hekje, aldus [betrokkene 2] .

Over de inhoud van de plastic zak heeft [betrokkene 2] verklaard dat er volgens hem hennep in zat, maar dat hij het niet zelf heeft gezien. Hij heeft wel gezien dat het werd ingepakt. Het ging om toppen hennep, wiet.

Op 13 december 2016 is [betrokkene 2] opnieuw gehoord en heeft toen de door hem beschreven personen op foto’s aangewezen. Hij heeft de door hem genoemde [medeverdachte 5] op foto ‘subject 1 ’ herkend als zijnde [medeverdachte 5] . Over deze persoon heeft [betrokkene 2] verteld dat hij wel eens bij zijn vader thuis was geweest, “vaak genoeg met een hesje aan”. Een hesje van No Surrender. Hij was degene die op de bewuste avond zijn vader meetrok: “Mijn vader die wist niet waar die heen moest en toen pakte die hem direct bij de mouwen en dan sleept die m'n vader gewoon mee.”

De andere persoon waarover [betrokkene 2] heeft verklaard, is door hem herkend op foto ‘subject 3’ als [medeverdachte 6] : “Die jongen heb ik al vaker bij m'n vader over de vloer gezien, ook al zoals eerder aangeven, sowieso één keer met hesje van No Surrender. Want hij is diegene waarmee ik toen die .. waar ik toen dat eh ... die plastictas aan heb moeten geven. Ik heb aan [medeverdachte 6] toen die plastic tas gegeven. (...) Waar hij woont, weet ik niet precies maar wel in de buurt van [plaats] , daar heb ik 'm altijd gezien en hij heeft ook heel veel geluk gehad voor het hek toen de volgende ochtend, dat mijn vader ontslagen was uit het ziekenhuis.(...) Die kwam nog eventjes verhaal halen, [medeverdachte 6] kwam nog even verhaal halen. Bij m’n vader voor het huis, zeggen dat die geld moest betalen. En hij heeft gezegd dat het zeker 'bad stand' is.” Dit was op de dag dat zijn vader het ziekenhuis werd ontslagen, aldus [betrokkene 2] . Verderop verduidelijkt [betrokkene 2] dat hij niet zeker weet of deze persoon nu [medeverdachte 6] of [medeverdachte 6] heet, maar dat hij met die namen op dezelfde persoon doelt, dus [medeverdachte 6] .

Anders dan de verdediging heeft bepleit, acht het hof de verklaring van [betrokkene 2] geloofwaardig en betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het betreft een concrete en gedetailleerde verklaring, die steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dat [betrokkene 2] in zijn verklaring eerlijk heeft aangegeven dat hij twijfelt over de naam [medeverdachte 5] , is een omstandigheid die bij het hof juist een authentieke, oprechte indruk wekt. Dit maakt het bovendien onaannemelijk dat hij door zijn vader of anderen is beïnvloed, zoals de verdediging heeft geopperd. Ook anderszins ziet het hof geen aanleiding aan de verklaring van [betrokkene 2] te twijfelen.

Verklaring getuige [betrokkene 1] :

Op 28 november 2016 is [betrokkene 1] als getuige gehoord. Hij heeft bevestigd dat hij op 7 november 2016 is gebeld door de vader van [betrokkene 2] , waarna hij [betrokkene 2] heeft gebeld en samen met hem naar een locatie in Groningen is gereden.

Verklaring getuige [betrokkene 3] :

[betrokkene 3] heeft op 19 december 2017 tegenover de rechter-commissaris verklaard dat [medeverdachte 2] (het hof begrijpt [medeverdachte 2] ) de toenmalige vriend van [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ) was. Volgens [betrokkene 3] heeft [verdachte] haar op 6 november 2016 verteld dat [slachtoffer] bij haar thuis zou komen en dat hij mishandeld zou worden: “ [verdachte] heeft tegen mij gezegd dat [slachtoffer] daar zou komen en dat hij mishandeld zou worden. Dat zou zondag plaatsvinden, maar uiteindelijk vond dat maandag plaats. Ik heb dit van [verdachte] bij haar thuis gehoord. Ik was daar op de avond van 6 november 2016. U houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard dat ik toen tegen [verdachte] heb gezegd dat “dit problemen zou gaan opleveren en dat zij er niet mee weg konden komen als zij iemand zouden mishandelen”. Dat heb ik toen inderdaad gezegd tegen [verdachte] . U vraagt of [verdachte] namen heeft genoemd van personen die de mishandeling zouden uitvoeren. [verdachte] heeft geen namen van personen genoemd. Wel heeft zij No Surrender genoemd. U vraagt of [verdachte] heeft gezegd hoe [slachtoffer] mishandeld zou worden. Nee, niet hoe. Zij heeft wel een aantal dingen genoemd, o.a. het strijkijzer. De tattoos zouden van zijn arm worden afgebrand met het strijkijzer. Er zijn wel andere dingen gezegd, maar dat van het strijkijzer is het enige wat mij is bijgebleven.”

Dat [betrokkene 3] die dag inderdaad bij [verdachte] thuis is geweest, vindt bevestiging in het feit dat haar telefoon op 6 november 2016 rond 18:40 uur, met het wachtwoord van [verdachte] , contact heeft gemaakt met de modem in de woning van [verdachte] . Dat er contact is geweest tussen [betrokkene 3] en [verdachte] wordt tevens ondersteund door het (latere) Whatsappgesprek tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] , waaruit ook kan worden afgeleid dat het plan aanvankelijk was om [slachtoffer] op 6 november 2016 al te grazen te nemen, en daarnaast het Whatsappgesprek met [betrokkene 5] , waarin zij op 7 november 2016 om 14:34 uur vraagt of ze nog iets gehoord heeft over gisteren. [betrokkene 3] antwoordt daarop: “Ja vanavond nu, want hij was in slaap gevallen ofzo”. Dit bericht sluit aan op het bericht van [verdachte] aan [medeverdachte 2] op 6 november 2016 om 01:11 uur dat hij in slaap was gevallen en morgen komt, als ook bij de verklaring van [slachtoffer] dat [verdachte] hem aanvankelijk vroeg om op 6 november 2016 te komen, maar hij niet is geweest.

Uit het voorgaande blijkt dat [betrokkene 3] op 7 november 216 om 14:34 uur over informatie beschikte, waarvan de juistheid wordt bevestigd door het bericht dat [verdachte] op 6 november 2016 om 01:11 uur aan [medeverdachte 2] had gestuurd. Nu de verklaring van [betrokkene 3] op verschillende punten wordt ondersteund, en het hof ook overigens geen aanleiding ziet, te twijfelen aan haar verklaring, gaat het hof uit van de juistheid van die verklaring.

Opgenomen gesprekken:

Het hof overweegt voorts dat de aangifte van [slachtoffer] en de door hem gestelde betrokkenheid van verdachten, steun vindt in opgenomen OVC-gesprekken.

Zo is er op 10 november 2016 een gesprek opgenomen in het clubhuis van No Surrender inhoudende:

Gesprek van 10 november 2016:

(…) NN: Die rooie [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer] ), die heb een BS (het hof begrijpt: een bad standing) gekregen, die heeft hem gehad, nu. Die hebben we eindelijk te pakken gehad. Die was heel lang onderweg. Die hebben we afgelopen dinsdag, hebben we die heel goed te grazen gehad.

NN: Die ligt helemaal in diggelen, die is helemaal in z'n nakie bij ‘t flikkerbos d’r uit gegooid. Naar huis laten lopen.

[betrokkene 6] : Hef klap 'n had NN: Ja, heel, heel, heel veel klappen heeft hij gehad. Die is helemaal total... die is echt heel erg (ntv). We zouden dus, z'n rug gaan doen, maar [medeverdachte 6] is een paar keer heen geweest, maar zelfs z'n vrouw en kinderen zijn nou uit/in huis.

H: Mooi laten zitten.

NN: deze was perfect ook, dinsdag. Zat in een huis, had ons nooit verwacht, (ntv) huissleutel, (ntv) Hij lag te slapen op de bank, (ntv) handschoenen aan

- NN2: Wakker worden

- NN: Hallo, wakker worden (ntv) achter in de bus gegooid. Ja, was mooi.

Blijkens een proces-verbaal van stemherkenning d.d. 24 februari 2017 betreft dit een gesprek tussen [betrokkene 7] en twee andere personen, die in de schriftelijke verslaglegging van dit gesprek worden aangeduid met NN en NN2. Naar aanleiding van het afluisteren van bovengenoemde geluidsopname, herkenden verbalisanten de stem die in dit uitgewerkte gesprek van 10 november 2016 werd aangeduid als NN, als de stem van [medeverdachte 4] .

Voorts houdt het rapport van het NFI d.d. 16 maart 2018 in: “De bevindingen van het vergelijkend spraakonderzoek dat heeft plaatsgevonden tussen aan verdachte (hof: [medeverdachte 4] ) toegekende delen uit het OVC-gesprek, onder meer de zin: “Die heb ee die die heb een b die heb een B.S. gekregen”, (opmerking hof: zoals dat hiervoor is vermeld) en verhoren van verdachte door de politie. Conclusie: De bevindingen van het onderzoek ten aanzien van het overgelegde onderzoeksmateriaal zijn waarschijnlijker onder de hypothese dat het betwiste materiaal is geproduceerd door verdachte [medeverdachte 4] dan onder de hypothese dat het betwiste materiaal is geproduceerd door een andere mannelijke spreker met een vergelijkbare taalachtergrond dan verdachte [medeverdachte 4] .

Het hof is met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat op grond van het voorgaande met een aan zekerheid grenzende mate van waarschijnlijkheid is vast te stellen dat de persoon die de voor het bewijs gebezigde passages uitspreekt, verdachte [medeverdachte 4] is. In dit kader is van belang dat een aantal van de door de deskundige genoemde specifieke, identificerende aspecten juist die onderdelen betreffen die voor de bewijsvoering relevant zijn, zoals de geconstateerde redelijk hoge mate van niet-vloeiende spraak, die onder meer tijdens de opnames terugkomt in passages als “Die heb ee die die heb een b die heb een B.S. gekregen”.

Vervolgens is nog een ander gesprek van belang, te weten een gesprek tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 8] , dat op 13 januari 2017 in de PI de Marwei te Leeuwarden is opgenomen. Hierin wordt onder andere besproken:

(…)

[betrokkene 8] : Nee.. dat is gewoon kloten. (Onverstaanbare zin). (Lacht). Dus alleen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] moeten doen. Dat ga ik dan regelen.

[medeverdachte 2] : (Onverstaanbaar woordje) advocaat. [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] zaten in die bus.

[betrokkene 8] : [medeverdachte 3] moet ook....

[medeverdachte 2] : Ze moeten slikken broer, ze moeten...

[betrokkene 8] : Om de rest vrijuit te krijgen.

[medeverdachte 2] : Ja, ze moeten slikken.

[betrokkene 8] : Ik ga kijken of dat kan.

[medeverdachte 2] : Ja.

[betrokkene 8] : Ik zal kijken of dat mogelijk is ik snap het wel.

[medeverdachte 2] : Want dat zei ik toen gelijk al, ik zeg jullie hebben deze fout gemaakt dus jullie moeten zoek het maar uit.

Ten slotte is het op 29 maart 2017 in de PI opgenomen gesprek tussen [medeverdachte 3] en zijn moeder van belang, waarvan de advocaten-generaal terecht hebben opgemerkt dat uit de context kan worden afgeleid dat het over [medeverdachte 2] gaat. Dit gesprek houdt in:

“(…)

00:15:00

(…)

V: Denk jij dat?

[medeverdachte 3] : Nou jah weet je ik heb zoiets van. hoezo moeten wij gaan slikken weet je.

V: Huhum.

[medeverdachte 3] : Waarom moeten wij gaan slikken, alle bewijs die leidt direct naar hem toe. Weet je dus d'r is bewijs van. .

Z: Hij was jah haantje de voorste.

[medeverdachte 3] : Hij had handschoenen ..

V: Ja.

[medeverdachte 3] : Hij heeft handschoenen aangehad ...

V: Hm.

[medeverdachte 3] : .. met van die rubberen noppen ...

V: Ja.

[medeverdachte 3] : .. . eh daar is bloed van [slachtoffer] op gevonden en zijn DNA is in die handschoen gevonden.

(…)

Overig bewijs:

De auto van [slachtoffer] is door de politie voor de woning van [verdachte] aangetroffen. De auto is weggesleept, waarover door [verdachte] en [medeverdachte 2] telefonisch is gesproken. Ook dit telefoongesprek komt hieronder nog aan de orde.

De kleding van [slachtoffer] is in de buurt van de woning waar hij heeft aangeklopt, aangetroffen. Ook dit strookt met zijn aangifte.

Voorts is van belang dat getuige [betrokkene 9] , de toenmalige vriendin van [medeverdachte 2] , heeft bevestigd dat [medeverdachte 2] in een Renault Megane rijdt, die op naam staat van [medeverdachte 4] . [betrokkene 9] : “Ik weet dat [medeverdachte 2] de auto eigenlijk altijd gebruikt. [medeverdachte 4] is een maat van [medeverdachte 2] , hij kent hem van No Surrender”. De auto wordt op 7 november 2016 bij de woning van [medeverdachte 2] aangetroffen en [medeverdachte 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de Renault inderdaad van hem is. Eén van de auto’s die volgens [slachtoffer] bij het ten laste gelegde feit is gebruikt, betreft een Renault.

Ten slotte acht het hof met betrekking tot de verklaring van [slachtoffer] omtrent het vervolg op 8 november 2016 het volgende van belang. Uit observatie door de politie is gebleken dat er op 8 november 2016 om 20:40 uur en 21:15 uur twee mannen bij de woning van [slachtoffer] stonden. Er werd naar binnengekeken en hard op het raam geklopt. De mannen maakten gebruik van een VW-busje met kenteken [kenteken] . Deze auto werd om 21:25 uur gecontroleerd door de politie. Op dat moment zaten in de auto: [medeverdachte 5] (bestuurder), [medeverdachte 3] (bijrijder) en [medeverdachte 6] (achterbank).

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de verklaring van [slachtoffer] over wat hem op 7 en 8 november 2016 is overkomen, van begin tot eind op verschillende punten bevestiging vindt in het dossier.

Historische verkeers- en locatiegegevens

Wat het bewijs naar het oordeel van het hof rond maakt, zijn de telefoongegevens die gedurende het onderzoek Turgon zijn verzameld. Het betreffen historische verkeersgegevens en locatiegegevens van zowel [slachtoffer] - die stroken met zijn verklaring omtrent de verschillende locaties - als van verdachten en andere betrokkenen. In samenhang bezien met de andere, hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen, kan op grond hiervan de juistheid van de verklaring van [slachtoffer] en de betrokkenheid van verschillende verdachten in het onderzoek Turgon worden vastgesteld.

Ten aanzien van het verweer dat in meerdere zaken is gevoerd, inhoudende dat telefoons van verdachten ten tijde van het onder 1 ten laste gelegde waren uitgeleend/verloren/vergeten, zodat de aanwezigheid/betrokkenheid van bepaalde verdachten op een bepaalde plek niet uit die gegevens kan worden afgeleid, geldt dat het hof die verklaringen simpelweg niet gelooft. De verklaringen daarover zijn onlogisch en vinden geen steun in het dossier. Deze verklaringen worden daarom als onaannemelijk terzijde geschoven. In de specifieke zaken waarin die verweren worden gevoerd, zal het hof daar concreter op ingaan, maar dit is de kern. Het hof benadrukt hierbij dat de gegevens als steunbewijs gelden voor de verklaring van [slachtoffer] , en dat ze in samenhang moeten worden bezien met het overige, hiervoor aangehaalde bewijs. Het is derhalve niet zo dat de aanwezigheid van verdachten op bepaalde plekken enkel op telefoongegevens wordt gebaseerd, want daarvoor zijn de gegevens onvoldoende specifiek.

Het hof wijst in dit verband op het NFI rapport van deskundige Schramp over de nauwkeurigheid en interpretatie van de historische verkeersgegevens. Uit het rapport blijkt, dat de maximale (best mogelijke) nauwkeurigheid van de locatiebepaling met behulp van historische verkeersgegevens gelijk is aan het bij het basisstation behorende celgebied. Met behulp van de geregistreerde CELL-ID’s op een bepaald tijdstip is het mogelijk om te bepalen dat een mobiele telefoon zich op dat moment binnen het celgebied van het basisstation bevindt. De wijze waarop de politie de verkeersgegevens heeft geïnterpreteerd, is dan ook juist te noemen.

Voorts blijkt uit dit rapport dat de vraag welk basisstation aangestraald wordt, van veel factoren afhankelijk is: het netwerk, de generatie, maar ook de exacte positie en/of oriëntatie van het toestel. Lokale omstandigheden zoals reflectie of afscherming kunnen er ook voor zorgen dat een bepaald basisstation wel of niet wordt aangestraald. Door lokale omstandigheden (bijvoorbeeld) door het gebruik van verschillende netwerkaanbieders of van verschillende generaties netwerken, is het dus mogelijk dat twee telefoons die verondersteld worden bij elkaar te zijn, toch twee verschillende basisstations verbinden. Dit weerlegt het verweer van de verdediging dat het feit dat verschillende basisstations worden aangestraald, zou betekenen dat deze gebruikers zich (dus) niet op dezelfde plek bevinden.

Ook de stelling dat het aanstralen van twee verschillende basisstations binnen korte tijd betekent dat de verdachte zich verplaatst, is een stelling die blijkens voornoemd rapport niet opgaat. Deskundige Schramp relateert immers dat het aanstralen van twee basisstations binnen 6 minuten zowel verklaard dan worden door verplaatsing als door een stationair scenario.

In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2016 is de koppeling tussen telefoonnummers en de verschillende personen beschreven. Daaruit blijkt dat:

[telefoonnummer 1] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 2]

[telefoonnummer 2] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 2]

[telefoonnummer 3] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 5]

[telefoonnummer 4] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 5]

[telefoonnummer 5] in gebruik is bij verdachte [verdachte]

[telefoonnummer 6] in gebruik is bij verdachte [verdachte]

Het telefoonnummer [telefoonnummer 7] is aan verdachte [medeverdachte 3] toegeschreven.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 8] is aan verdachte [medeverdachte 4] toegeschreven.

Tevens zijn de historische verkeersgegevens van de aangever [slachtoffer] bij deze analyse betrokken. Hij maakte ten tijde van het gepleegde strafbare feit gebruik van het telefoonnummer: [telefoonnummer 9] .

Het hof zal hierna telkens de laatste 4 cijfers van het telefoonnummer aanhalen, met daarachter de naam van de verdachte aan wie dat nummer wordt toegeschreven.

De veiliggestelde gegevens houden, voor zover hier van belang het volgende in:

6 november 2016:

01:11:56: ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): Hij vertelde wat dingen, hij heeft auto en 4000eu maar lang niet zoveel bij zich. Die 200/300. die ie mee heeft kan k wel pakke misschien f wachten beter z

01:11:56: ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): eg maar mijn schatje ... Wat jij wil. Kk mongool haha bah schat.

Uit de context van het bericht, in samenhang met de berichten die in de avond van 6 november 2016 tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn verzonden, en de berichten tussen [betrokkene 10] en [verdachte] , leidt het hof af dat [verdachte] het in voornoemde berichten van 01:11:56 uur over [slachtoffer] heeft. Er wordt over een auto en geld gesproken, maar dat hij kennelijk niet zoveel bij zich heeft. Uit de laatste zin lijkt te volgen dat [verdachte] de 200/300 (naar het hof aanneemt: euro) die hij mee heeft, misschien wel kan pakken. Dit is een aanwijzing dat [verdachte] wel degelijk wist - en ook zelf dat opzet had - dat [slachtoffer] geld of goederen van waarde afhandig moest worden gemaakt.

In de avond van 6 november 2016 heeft [verdachte] aan [medeverdachte 2] gestuurd:

21:26:35: ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): Hij is er nog niet schatje.22:49:16: ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): Hij bericht me hij was in slaap gevallen hij komt morgen die kk mongool dan weet je dat lief xx in de avond zeg k tegen hem

[verdachte] heeft ter zitting van het hof erkend dat zij het hier over [slachtoffer] heeft. Deze berichten tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] bevestigen de verklaring van [slachtoffer] en [betrokkene 3] dat het aanvankelijk de bedoeling was dat [slachtoffer] op 6 november 2016 zou komen.

Ook met [betrokkene 10] heeft [verdachte] in de nacht van 5 op 6 november 2016 telefonisch contact gehad over [slachtoffer] . Dit blijkt uit het feit dat zij in de gesprekken met [betrokkene 10] - een vriend van haar - spreekt over iemand die bij haar is en ‘morgenavond’ weer komt. [betrokkene 10] maakt naar eigen zeggen gebruik van telefoonnummer 06- [telefoonnummer 10] en [verdachte] van 06- [telefoonnummer 6] . De berichten tussen [verdachte] en [betrokkene 10] luiden onder andere:

00:24:00 UTC+0100 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Gaat nog fucking lang duren zeker tot die gap weg is

00:36:28 ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Nee mop heb k geen zin in ook echt maar a komt zometeen wel haha k pak zowieso wat snuif van hem af zo hahaha

00:36:58 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Beter kom je wel fuck die bud

0:44:23 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Zou ik ook doen maar duurt nog lang voordat die komt zeker?

0:44:36 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Ja maar hij gaat telkens tegen mij zeuren

0:44:42 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Bel me zo dan dat ik moet komen

0:55:05 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Doe k dit is mijn huis he schat hij is niks van mij A komt over niet te ang word leuk x

1:17:01 UTC+01:00 ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Kom er so aan

1:47:00 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Is die al Gone

2:10:27 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Nee maar als jij komt gaat ie k heb snuif uan hem ben aan verpakken. Kom aub trek hem niet alleen haha

2:17:49 UTC+01:00... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Vind die vast niet chill

2:20:34 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Nah ik weet het niet ga denk ik nu pil eten

2:20:39 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Heb dan geen zin aan gezeur

2:22:55 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): En dan wat hahaha k pak zo wat geld en dan klaar hahaha

2:25:08 UTC+01:00 (Network) ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Nee jong hij wil met je slapen

2:25:15 UTC+01:00 (Network) ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Dan haat die mij

2:25:41 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Hij heeft ook pil gehad geen gezeur mop dam sla k hem haha

2:35:42 UTC+01:00 (Network) ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Heb je veel spul?

2:44:27 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Ja genoeg hij slaapt zowieso niet hier...a maakt hem dood hahaha

(...)

3:08:31 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Kom jij gewoon dan... Hij is een pussy hier is bier smuif wiet haha

5:01:22 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Irritante gast man

5:01:28 UTC+01:00 ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ): Kan slecht tegen

5:31:43 ( [verdachte] ) bericht uit naar ... [telefoonnummer 10] ( [betrokkene 10] ): Ja hij moet weg bah echt morgen komt ie weer dan is klaar dat moet j Zien

(…)

Ook in dit gesprek met [betrokkene 10] spreekt [verdachte] over het pakken van geld, over dat hij (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) morgen (het hof begrijpt: 6 november 2016) weer komt en dat het dan “klaar is”.

Uit de al eerder aangehaalde verklaring van [betrokkene 3] blijkt dat zij [verdachte] op 6 november 2016 in de avonduren heeft bezocht. Het hof verwijst in dit kader naar hetgeen hiervoor bij de verklaring van getuige [betrokkene 3] is opgemerkt.

Uiteindelijk is [slachtoffer] op maandag 7 november 2016 (weer) bij [verdachte] op bezoek gekomen. De relevante telefoongegevens in dat verband zijn:

7 november 2016:

18:12:03: ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ) straalt mast met CELL-ID aan, [zendmast 1] , deze mast geeft dekking op de plaats delict (het hof begrijpt: de [a-straat 1] te [plaats] ), inkomende gesprek met ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 1018 sec (…)

19:55:22: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] via bevraging bij database Google periode (…), geolocatie [plaats] nabij woning [medeverdachte 3] aan de [c-straat 1] aldaar (…).

20:17:01: ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) straat CELL-ID aan, [zendmast 2] . Dit betreft een spraakcontact tussen ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) en .. [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ). Deze CELL-ID geeft dekking aan het verblijfsadres van [medeverdachte 3] (…).

20:48-20:56: ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) verplaatst zich op 07-11-16 van CELL-ID’s in Groningen (18:12 uur tot en met 19:58 uur) via CELL-ID’s in Westerbroek, [plaats], Bedum, Stedum, naar een CELL-ID aan de Tjarierweg te Uithuizermeeden (20:48 uur tot en met 20:56 uur) (…).

21:03:16: ... [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) ontvangt spraakbericht van ... [telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ): Yo [medeverdachte 4] , euh.. [medeverdachte 5] komt je zo ophalen ja dan rij ik door naar Vink. Ik wacht op jou in Vink (…)

21:12:44: ... [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) zendt bericht naar ... [telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ): Check (…)

21:13:12: ... [telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ) spraakbericht naar ... [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ): Hij is d’r al dan weet je dat. Check mij even, check mij even, check mij even, check mij even [medeverdachte 4] (…)

21:13:20: ... [telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ) spraakbericht naar ... [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ): Hij wacht op ons hè mà (…)

21:13:48: ... [telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) spraakbericht naar ... [telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ): Dikke vette check (…)

21:15:49: [medeverdachte 4] : Jij pikt me op? (…)

21:16:11: [medeverdachte 5] : Yes. (…)

21:17:55: [medeverdachte 4] : Yes yes yes yessaa. (…)

21:22:35: [medeverdachte 4] : Hoever bin je dan of rijd je net weg? (…)

21:29:21: [medeverdachte 5] : 5 min bij je. (…)

21:29:34: [medeverdachte 4] : Check. (…).

21:33:26: [medeverdachte 5] : Bn er (…).

Het hof leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 4] net na 21:30 uur is opgehaald door [medeverdachte 5] , in - zo neemt het hof aan - zijn VW Transporter en dat hij rond 22:00 uur samen met [medeverdachte 5] het dekkingsgebied van de woning van [plaats] is binnengegaan. Dat er geen telefoongegevens van [medeverdachte 4] zelf beschikbaar zijn die dit bevestigen, doet daaraan niet af en is ook niet in strijd met het feit dat de historische printgegevens van de telefoons van [medeverdachte 4] op de avond van 7 november 2016 geen communicatie laten zien. Dit is niet in strijd met elkaar, nu op historische printgegevens geen Whats-appberichten te zien zijn. Hetgeen de verdediging heeft aangevoerd leidt bij het hof niet tot twijfel dat [medeverdachte 4] de persoon is met wie [medeverdachte 2] voorgaande berichten heeft uitgewisseld. Het hof wijst in dit kader op de genoemde de namen ‘ [medeverdachte 4] ’, ‘ [medeverdachte 4] ’, maar ook de naam van [medeverdachte 5] , hetgeen past in het geheel van bewijsmiddelen. Zijn aanwezigheid en betrokkenheid blijken bovendien óók uit het hiervoor gehaalde OVC-gesprek in het clubhuis.

Ten aanzien van [medeverdachte 3] neemt het hof op grond van de gegevens aan dat hij om 19:55 uur nog thuis was, waarna hij zich heeft verplaatst vanaf het dekkingsgebied van zijn woning in [plaats] richting [plaats] , alwaar hij zich van 22:00 uur tot 22:15 uur - in welke periode [slachtoffer] in de woning van [verdachte] is mishandeld - heeft bevonden.

Ook [medeverdachte 5] heeft locaties in [plaats] aangestraald, gedurende de periode 22:07 uur tot en met 22:39 uur. Dit was gedurende de periode dat de telefoon van [slachtoffer] ook in dit gebied was en rond het tijdstip waarop de mishandeling moet hebben plaatsgevonden.

Aanstralen [plaats] :

21:58:19: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatie Hoornsedijk (…)

21:58:39: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatie T.W.S. Mansholtstraat (…)

22:00:06 t/m 22:15:58: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatie [plaats] (…)

22:02:59: mast CELL-ID aanstralen [zendmast 1] te [plaats] door ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…)

22:07:38: mast CELL-ID aanstralen Palderseweg te Lieveren door ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…)

22:28:52: mast CELL-ID aanstralen Sportlaan 6 te Vriesdoor ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…).

Het hof acht aannemelijk dat de mishandeling tussen 22:00 uur en 22:13 uur heeft plaatsgevonden. Dit strookt met de verklaring van [slachtoffer] over zijn komst in de woning van [verdachte] en de tijd waarop zijn belagers zouden zijn gekomen. Voorts klopt dit met de hier aangehaalde gegevens en het feit dat [slachtoffer] om 22:13 uur voor het eerst naar [betrokkene 1] heeft gebeld. Dit was naar zijn zeggen om geld te regelen en het eerste telefoontje aan [betrokkene 1] vond volgens [slachtoffer] nog plaats bij [verdachte] thuis:

22:13:30: ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) belt voor het eerst met ... [telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) (…)

22:30:03: ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) wordt gebeld door ... [telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) (…).

22:35:05: mast CELL-ID aanstralen [zendmast 1] te [plaats] door ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…).

22:39:47: ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), duur 15 sec, beiden onder aanstralen van de [zendmast 1] te [plaats] (…).

Uit het voorgaande leidt het hof af dat de verdachten in ieder geval tot 22:30 uur in of bij de woning van [verdachte] zijn gebleven. Zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 3] waren hier. Uit het feit dat zij elkaar om 22:39 uur hebben gebeld, leidt het hof af dat zij zich toen niet meer bij elkaar bevonden en kennelijk onderweg waren naar de Papiermolen. Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , verspreid over de VW Transporter van [medeverdachte 5] en de Renault van [medeverdachte 2] , naar de Papiermolen zijn gereden. Wie precies waar zat, acht het hof voor het bewijs niet relevant, noch roept de onzekerheid daarover twijfels op bij de waardering van het bewijs als geheel.

Het Facebook-contact dat [verdachte] om 22:49 uur met [betrokkene 11] had, bevestigt dat het incident (op die locatie) toen tot een einde was gekomen. Zij stuurt [betrokkene 11] : ‘“ik moet wat lozen maarkan niet dikke drama hier maar kan nieg vertellen op ffbook’ (…).

Om 22:50 uur belt [verdachte] vervolgens met [betrokkene 10] met de vraag of hij komt chillen. Zelf heeft [betrokkene 10] hier later over verklaard dat hij vermoedt dat ze een alibi wilde hebben.

Uit raadpleging van Google blijkt dat de route van de [a-straat 1] te [plaats] naar de Papiermolen te Groningen bij normale snelheid tussen de 16 en 18 minuten bedraagt, afhankelijk van de gekozen route.

Aanstralen Papiermolen:

22.48.41 uur: [telefoonnummer 12] (op basis van het proces-verbaal van bevindingen d.d 10 januari 2017 (…) begrijpt het hof dat bedoeld wordt [telefoonnummer 12] , het telefoonnummer van [betrokkene 12] ) belt in op ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ). Er vindt geen gesprek plaats. ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) straalt een CELL-ID aan de Snelliusstraat 91 te Groningen, in de directe omgeving van de Papiermolenlaan 3 te Groningen (…).

22.49.24 - 23.09.49 uur heeft ... [telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) 9 keer contact proberen te krijgen met [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ).

23.00.02: contact van 55 seconden tussen ... [telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) en ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ). ... [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) straalt dan een CELL-ID aan de Vondellaan 77 te Groningen aan, die dekking geeft aan de Papiermolenlaan 3 te Groningen. (…)

23:01:06: mast CELL-ID aanstralen Expositielaan 7 te Groningen ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) ingebeld door ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ), deze CELL-ID geeft dekking op PD bij de Papiermolen, 28 sec (…)

23:07:36: mast CELL-ID aanstralen Hereweg 120 te Groningen, ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) ingebeld door ... [telefoonnummer 6] ( [verdachte] ), deze CELL-ID geeft dekking op de PD bij de Papiermolen, 59 sec (…)

23:12:11: ...6112 ( [medeverdachte 3] ) Whatsapp belcontact uit naar ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] , gesprek gemist) (…)

23:19:38: mast CELL-ID aanstralen Waterloolaan 1 te Groningen, ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) (…). Deze CELL-ID geeft dekking op de plaats delict bij de Papiermolen.

23:19:37: CELL-ID KPN ...[telefoonnummer 13] mast locatie Stationsplein 7 te Groningen

23:21:08: mast CELL-ID aanstralen Waterloolaan 1 te Groningen door ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…).

Uit voorgaande gegevens leidt het hof af dat de verdachten omstreeks 22:48 uur met [slachtoffer] bij de Papiermolen in Groningen zijn gearriveerd. Hij heeft daar tot 23:10 uur een mast aangestraald. Daar waar in [plaats] geen mastgegevens van [medeverdachte 2] bekend waren, heeft de telefoon met het nummer dat aan hem wordt toegeschreven in de buurt van de Papiermolen wel CELL-ID’s aangestraald van 23:01 uur tot en met 23:07 uur. Het hof ziet hierin voldoende bevestiging voor de verklaring van [slachtoffer] dat ook [medeverdachte 2] daar aanwezig was. Dat [betrokkene 2] niet over de aanwezigheid van [medeverdachte 2] bij de Papiermolen heeft verklaard, maakt dat niet anders. Ook de gestelde aanwezigheid van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] wordt bevestigd door de telefoongegevens. Met betrekking tot het verweer dat [medeverdachte 3] enkel een mast aanstraalde die theoretisch dekking gaf aan die locatie, merkt het hof op dat een nadere netwerkmeting door de politie heeft aangetoond dat de dichtstbijzijnde locatie waar de telefoon van [medeverdachte 3] zich heeft bevonden een locatie was op loopafstand van De Papiermolen (23:19:37 uur).

De aanwezigheid van [medeverdachte 6] bij de Papiermolen blijkt weliswaar niet uit mastgegevens, maar wel uit zowel de verklaring van [slachtoffer] als van diens zoon [betrokkene 2] . Voor [medeverdachte 4] geldt dat zijn aanwezigheid bij de Papiermolen slechts blijkt uit de verklaring van [slachtoffer] . Nu de verklaring van [slachtoffer] op vele, essentiële onderdelen steun vindt in het dossier, en hij zijn verklaring ten overstaan van de rechter-commissaris heeft herhaald en geconcretiseerd (“Ik zag hem vooruit lopen en dat is wat ik nog weet.”) gaat het hof ook ten aanzien van dit onderdeel uit van de juistheid van zijn verklaring. Ook hier betrekt het hof voornoemd OVC-gesprek in het clubhuis bij.

Na de overdracht van de tas met inhoud bij de Papiermolen, zijn een aantal verdachten met [slachtoffer] naar Glimmen gereden:

7 november 2016

23:28:40: mast CELL-ID aanstraling Goudlaan 305-551 te Groningen, ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) wordt gebeld door ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), 01:29 (…)

23:28:41: mast CELL-ID aanstralen Aquamarijnstraat 3-145 te Groningen, ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), 15 sec (…)

23:48:28: mast CELL-ID aanstralen Safierstraat 2 te Groningen, ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), 0 seconden (gemist gesprek) (…)

8 november 2016:

00:01:08: mast CELL-ID aanstralen aan de Magnusstraat 91 te Groningen, ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) ingebeld door ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) (…)

00:14:21: ... . [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt uit naar nummer in gebruik bij [betrokkene 8] en straalt dan een CELL-ID aan in Stedum (…)

00:21:19: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatje Glimmen, tussen Meentweg 22 en locatie aantreffen kleding (…).

De melding van zware mishandeling/ontvoering van [slachtoffer] door de bewoners van het huis waar hij heeft aangebeld, is om 00:29 uur bij de politie binnengekomen.

00:32:53:: mast CELL-ID aanstralen Rijksweg West 51 te Westerbroek, ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) belt uit naar ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 3 sec (…)

00:34:25: ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt uit naar … [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), 15 sec (…)

Om 00:39 uur was de politie bij melders ter plaatse aan de Meentweg in Glimmen.

00:14:21: ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt naar...572 ( [betrokkene 8] ) (…)

00:34:19 uur: ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt naar ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) (…)

01:03:27 uur: ... [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) straalt een CELL-ID in Stedum aan (…).

10:00:37: (UTC+1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4), inkomend gesprek van ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 0 sec (…)

10:01:10: (UTC+1)toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4), inkomende gesprek van ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 49 sec (…)

10:23:36: (UTC + 1)toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4), inkomend gesprek van ... [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 33 sec (…),

11:07:58: (UTC+1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4) heeft een locatie gelogd, die na bevraging bij Google, gelegen is in de omgeving van [plaats], in welk gebied de woning van [medeverdachte 3] valt (…)

11:08:00: (UTC+1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4 ) heeft een locatie gelogd, die na bevraging bij Google, die gelegen is in de omgeving van [plaats], in wel gebied de woning van [medeverdachte 3] valt (…).

Ten slotte acht het hof het tapgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] op 10 november 2016 (11:41:54 uur, (…)) relevant, inhoudende:

[verdachte]

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 2]: ik denk dat die kanker hond de boel heeft vernaggelt man

[verdachte]: Ja, ik weet het niet het hoeft niet perse. Het kan ook zo zijn dat die gewoon die dinges heeft laten wegslepen hier. Dat hij gezegd heeft dat hij de sleutel kwijt was ofzo

[medeverdachte 2]: Ja maar waarom moet die ehhhh ... die anderen mensen..

[verdachte]: Ja, dat vraag ik mij dan ook af inderdaad..Het zou eigenlijk ... (niet te verstaan) niet kunnen.

[medeverdachte 2]: Nee, maarjij hebt het gewoon gezien?

[verdachte]: Ik heb het gezien, ik zat gewoon hier in mijn huisjoh...(niet te verstaan) ik zag ( niet te verstaan)

die zwaailampjes van die sleep ding en daarna zag ik hoppa twee anderen.. uitstappen, zaklampje erbij.

3.4 Conclusie t.a.v. het primair ten laste gelegde

Op grond van het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] volgens een vooropgezet plan in de woning van [verdachte] is mishandeld door (in ieder geval) [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , en dat [medeverdachte 6] ondertussen buiten stond te wachten. [verdachte] heeft een belangrijke rol gespeeld in het voortraject en het ter beschikking stellen van haar woning en is zowel fysiek als verbaal gewelddadig geweest. Na de mishandeling in de woning zijn verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , verspreid over de VW Transporter van [medeverdachte 5] en de Renault van [medeverdachte 2] , naar de Papiermolen gereden.

Het gezamenlijke doel van de verdachten was om [slachtoffer] geld of iets anders van waarde afhandig te maken, hetgeen ook daadwerkelijk is gelukt. Bij de Papiermolen is door de zoon van [slachtoffer] immers een tas met inhoud van waarde (vermoedelijk hennep) overhandigd. Daarmee is sprake van een voltooide afpersing in vereniging, zoals primair is ten laste gelegd. Het hof ziet hetgeen na de overdracht van de tas met inhoud is gebeurd, het vervoer naar Glimmen, waar in ieder geval [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] bij aanwezig zijn geweest en alwaar [slachtoffer] uit de bus is gezet, en het gebeuren de volgende dag bij zijn huis toen er onder dreiging door [medeverdachte 6] om meer geld werd gevraagd, in hetzelfde verband. Het hof ziet dit niet als een nieuwe (poging tot) afpersing zoals subsidiair ten laste gelegd, maar als verlengde van hetgeen in [plaats] en bij de Papiermolen is gebeurd. Het betreft één feitencomplex.

Dat het een vooropgezet plan was om [slachtoffer] af te persen, kan worden afgeleid uit de berichtenwisseling tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] , [verdachte] en [betrokkene 10] en de verklaring van [betrokkene 3] . Bovendien blijkt uit het hiervoor overwogene dat verdachten met elkaar hebben afgesproken, dat er vervoer is geregeld/er mensen werden opgehaald, waarna er bij de woning van [verdachte] werd verzameld. Er was sprake van een gezamenlijk doel: het betalen van geld of goederen van waarde in het kader van een ‘bad standing’. De verdachten hebben gedurende de hele avond onderling contact gehouden en hebben de volgende dag in hun opzet gepersisteerd door [slachtoffer] opnieuw op te zoeken en waarbij [medeverdachte 6] gevraagd heeft om (meer) geld, hetgeen vergezeld ging van bedreigingen.

Hoewel de rol van elk van voornoemde personen anders is, en niet iedereen op elk moment fysiek aanwezig is geweest, kunnen zij alle vijf als medeplegers worden aangemerkt. Zoals overwogen is het hof van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat zij met gezamenlijk opzet hebben gehandeld: het opzet om [slachtoffer] met geweld en bedreiging met geweld geld of goederen van waarde af te nemen. Zij hebben daartoe bewust en nauw met elkaar samengewerkt. Dat geldt ook ten aanzien van verdachte en [medeverdachte 6] , ook al is eerstgenoemde niet bij het gebeuren bij de Papiermolen (en het vervolg daarop) aanwezig geweest, en laatstgenoemde niet bij de mishandeling in de woning. Het hof is van oordeel dat de bewijsmiddelen uitwijzen dat het niet anders kan zijn dan dat allen van het gehele plan op de hoogte zijn geweest. Elk van de verdachten heeft een eigen rol gehad, niet allemaal gelijk van aard, maar de rol van de ene is niet substantieel belangrijker dan die van de ander. Iedere schakel (het maken van de afspraak, het ter beschikking stellen van de woning, het geweld, het vervoer) was relevant voor het kunnen slagen in het gezamenlijke opzet. De mate van samenwerking die blijkt uit het onderlinge contact, de gemaakte afspraken, het feitelijk samen optreden richting [slachtoffer] toe en de bijdrage die een ieder aan de afpersing heeft geleverd, is van voldoende gewicht om [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en [verdachte] als medeplegers van de afpersing van [slachtoffer] aan te merken.

Het hof is met de advocaten-generaal van oordeel dat verdachte bij de afpersing een cruciale rol heeft gespeeld doordat zij het contact met [slachtoffer] had, zij ervoor zorgde dat [slachtoffer] naar haar woning kwam, waar [slachtoffer] vervolgens werd mishandeld. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, blijkt uit de bewijsmiddelen dat [verdachte] wist dat het de bedoeling was dat [slachtoffer] geld of goederen van waarde afhandig werd gemaakt. Zij is bij de mishandeling aanwezig geweest, heeft zich zelf ook fysiek en verbaal gewelddadig gedragen en is na het bellen van [slachtoffer] naar [betrokkene 1] , met de anderen aan tafel gaan zitten om te overleggen. De verklaring van verdachte dat zij zelf ook door het gebeuren werd overvallen, vindt op geen enkele manier steun in het dossier. Integendeel: de contacten die zij voorafgaand en na het gebeuren heeft gehad, laten zien dat niet alleen [medeverdachte 2] , maar ook zijzelf van kwade wil was. Dat [verdachte] niet bij de afronding van de afpersing bij de Papiermolen aanwezig is geweest, doet aan het voorgaande niet af en staat zoals gezegd een bewezenverklaring niet in de weg.

Het hof is met de advocaten-generaal van oordeel dat - anders dan in eerste aanleg - ook de ten laste gelegde onderdelen die zien op het dreigen met het strijkijzer en het afknippen van vingers kunnen worden bewezenverklaard. Het dreigen met het strijkijzer komt al in de eerste verklaring van [slachtoffer] voor, is heel specifiek en is daarna bij herhaling in de verklaringen van verdachte aan de orde gekomen. Ook in de verklaring van [betrokkene 3] komt dit terug. Ten aanzien van het afknippen van vingers geldt eveneens dat dit een specifieke uitlating betreft, die zowel op de avond van 7 november 2016 als op 8 november 2016 tegenover [slachtoffer] zou zijn geuit. De verklaring die [slachtoffer] hierover ten overstaan van de rechter-commissaris onder ede heeft afgelegd, acht het hof geloofwaardig.

Waar het hof de advocaten-generaal niet in volgt, is in hun stelling omtrent het gebruik van een pistool en/of een mes. Het hof is daarvan niet overtuigd geraakt. Reden daarvoor is dat [slachtoffer] pas in een latere verklaring met dit belangrijke detail is gekomen en het niet een heel specifieke verklaring betreft. Ook betrekt het hof het OVC-gesprek tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 8] hierbij, waarin zij bespreken dat het niet waar is dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] wapens hebben gebruikt.

Aldus acht het hof het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierna vermeld.

Op grond van het hiervoor overwogene, waaruit blijkt dat verdachte wist van het vooropgezette plan om [slachtoffer] met geweld af te persen, zij haar woning met dat doel ter beschikking heeft gesteld, zij aanwezig is geweest bij de mishandeling en ook zelf een schop heeft uitgedeeld en bedreigingen heeft geuit, en de overwegingen met betrekking tot het strijkijzer dat door verdachte is klaargezet, kan het onder 2 primair ten laste gelegde eveneens worden bewezenverklaard. De verweren daaromtrent worden verworpen.’

Het verweer inzake schending van de AVR; de verwerping daarvan; de AVR

8 De inhoudelijke behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft op 1, 2, 4 en 5 november 2021 plaatsgevonden. Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt onder meer het volgende in:

‘Op 4 november 2021 te 09:00 uur wordt het onderzoek ter terechtzitting hervat voor het houden van de pleidooien. Het hof bevindt zich in dezelfde samenstelling en de advocaten-generaal De Meijer en Lodder zijn aanwezig. Verdachte is ter terechtzitting aanwezig, alsmede alle raadslieden.

Met betrekking tot de formele verweren is overeengekomen dat mr. Van der Wal en mr. Michels het woord voeren namens alle raadslieden. Zij voeren het woord overeenkomstig door hun overgelegde pleitnota’s, die bij dit proces-verbaal zijn gevoegd en waarvan de inhoud hier geacht moet worden te zijn ingevoegd.

De raadsvrouw voert het woord overeenkomstig een door haar overgelegde pleitnota, die bij dit proces-verbaal is gevoegd en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingevoegd.’

9 Bij de processtukken bevindt zich de pleitnota van raadsman Van der Wal van medeverdachte [medeverdachte 5] . Deze houdt onder meer het volgende in (met weglating van voetnoten):

‘B. Vormverzuimen en consequenties op basis van artikel 359a Sv

(…)

13 [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van onder meer afpersing in vereniging gepleegd. Dit betreft een feit waarop een maximale gevangenisstraf van 12 jaren staat. Om die reden is de AVR, zoals deze in 2016 gold, op onderhavige zaak van toepassing en hadden alle verhoren van verdachten en getuigen integraal auditief vastgelegd dienen te worden. Indien van de AVR wordt afgeweken, dient dit te geschieden met toestemming van de officier van justitie en met redenen omkleed in een proces-verbaal te worden opgenomen.

14 Uit de inhoud van de AVR blijkt dat de achtergrond van deze aanwijzing vooral gelegen is in het belang van de waarheidsvinding; de auditieve registratie is een hulpmiddel ten behoeve van de toetsbaarheid van de verhoren in een latere fase van het strafproces. De zaak tegen mijn cliënt is wat dat betreft een schoolvoorbeeld. In eerste aanleg is uitvoerig ingegaan op de AVR en de eisen die op basis hiervan aan de verhoren worden gesteld. Als bijlage 6 bij mijn pleitnota is daarom het onderdeel AVR gevoegd. Ik verzoek u dit onderdeel als hier ingelast en voorgedragen te beschouwen. In dat geval verzoek ik de griffier dit op te nemen in het proces-verbaal van de zitting en zal ik volstaan met een korte samenvatting.

15 Van de AVR, een belangrijk protocol om een eerlijk proces te waarborgen, is op vele onderdelen afgeweken. Dit mag in uitzonderlijke gevallen in opdracht van de officier maar wel op transparante wijze door dit expliciet in het Procesdossier te vermelden. In de AVR is hierover opgemerkt dat de rechter dan altijd in staat is om de uitzondering te toetsen. Dit kan dan ook worden geplaatst in het kader van het recht op een eerlijk proces.

16 De verbalisanten en (uiteraard) ook de officier waren op de hoogte van het feit dat de AVR dit voorschreef, maar toch is het achterwege gelaten. Na het aangiftegesprek hebben de verbalisanten 97006 en 97008 de aangifte geformuleerd. Een aanvullend proces-verbaal behorende bij de aangifte is vervolgens opgesteld. De verbalisanten zagen wél aanleiding om een aanvullend proces-verbaal op te maken en wat bijzonderheden te vermelden. Maar ondanks het feit dat verbalisant 97006 zich bewust was van de AVR voorschriften, nam hij ook hierin niet op dat er in overleg met de officier van justitie is besloten om af te wijken van de AVR!

17 Naar aanleiding van herhaaldelijke verzoeken van de verdediging is een aanvullend proces-verbaal opgemaakt. Dit aanvullende proces-verbaal is pas opgesteld nadat vanuit de verdediging vraagtekens waren gezet bij de juistheid en compleetheid van de auditieve registraties en niet eerder dan in de aanloop naar de oorspronkelijk geplande behandeling van de strafzaak in maart 2018 aan de verdediging en de rechtbank is verstrekt.

18 Deze gang van zaken is in strijd met de verbaliseringsplicht ex artikel 152 Sv, dat voorschrijft dat zo spoedig mogelijk proces-verbaal wordt opgemaakt van hetgeen tot opsporing is verricht of bevonden en waarvan het belang is dat de rechtmatigheid daarvan kan worden getoetst en de rechter zich een oordeel kan vormen over de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan. Die mogelijkheid is zowel de verdediging als de rechtbank in eerste instantie onthouden en het is slechts aan de vasthoudendheid van de verdediging te danken dat er uiteindelijk wel verantwoording over de auditieve registraties is afgelegd.

19 In het proces-verbaal worden de redenen genoemd voor het afwijken van de AVR. Opvallend is dat hier alleen het pauzeren/stopzetten van de opnameapparatuur als afwijking wordt genoemd, maar dat er met geen woord wordt gerept over het afwijken van de AVR op de onderdelen. Als bijlage 4 bij de pleitnota is een overzicht gevoegd van de geconstateerde afwijkingen m.b.t. de wijze van verhoor en registratie. Daarnaast als bijlage 3 het overzicht afwijken AVR verbaliseringsplicht. Ik verzoek u dit onderdeel als hier ingelast en voorgedragen te beschouwen. In dat geval verzoek ik de griffier dit op te nemen in het proces-verbaal van de zitting. Anders dan het OM wil doen voorkomen is er niet slechts één gebrek vastgesteld, maar gaat het om een veelvoud aan gebreken!

20 Over het stopzetten van de opname worden de volgende argumenten genoemd. Het werd tijdens het verhoor duidelijk dat [slachtoffer] zeer emotioneel werd en van de hak op de tak sprong. Tevens stelde hij of zijn vrouw steeds vragen hoe het nu verder moest. Hierbij bestond het gevaar dat er gesprekken over de genomen en te nog nemen veiligheidsmaatregelen opgenomen zouden worden.

21 De ruimte waarin [slachtoffer] en zijn gezin verbleef was zeer klein. Er bestond geen mogelijkheid om [slachtoffer] in alle rust te verhoren. Tijdens de verhoren stelde ook de vrouw van [slachtoffer] allerlei vragen en liepen de kinderen rond in de ruimte waar het verhoor plaats vond. Om de redenen die ik hiervoor noemde, zou verbalisant 97006 contact op hebben genomen met de officier van justitie. Over de aanleiding van het pauzeren tijdens verhoren stelt de verbalisant:

“Waar er veiligheidsaspecten of veiligheidsstrategieën of zaken anders dan wat [slachtoffer] was overkomen ter sprake kwamen, werd door ons de opname gepauzeerd."

22 Uiteindelijk zijn de verbalisanten gehoord en is gebleken dat de gang van zaken zoals beschreven in het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van 8 maart 2018 ook geen correcte weergave bevat. Zelfs de aanleiding om contact op te nemen met de officier met het verzoek af te wijken van de AVR, namelijk het verloop van het eerste verhoor, bleek onjuist.

23 In bijlage 6 bij de pleitnota, waar ik zojuist naar verwees en u mij toestond dit onderdeel als hier ingelast en voorgedragen te beschouwen, is uitvoerig toegelicht op welke onderdelen er is afgeweken van de AVR. Belangrijker, puntsgewijs wordt toegelicht dat er geen steekhoudende argumenten zijn aangevoerd door politie/justitie die afwijking zouden rechtvaardigen, nog los van het feit dat dit simpelweg had moeten worden vastgelegd.

24 Deze vormverzuimen staan in hoger beroep nog steeds vast, maar in aanvulling op hetgeen in eerste aanleg is bepleit merk ik nog het volgende op.

Geluidsdeskundige

25 Ondanks vorenstaande vormverzuimen heeft de rechtbank geoordeeld dat zij geen aanleiding heeft om te veronderstellen dat sprake is geweest van manipulatie van de AVR-bestanden. Laat ik voorop stellen dat het vonnis in eerste aanleg uitvoerig en helder is gemotiveerd. Maar in hoger beroep is gebleken dat onderstaande overweging uit het vonnis inmiddels geen stand meer houdt:

"Het enkele feit dat de betreffende bestanden een afwijkende nummering hebben, betekent naar het oordeel van de rechtbank en in het licht van de uitleg van de Officieren van justitie ter zitting met betrekking tot het inspoelen op de landelijke databank, niet dat er meer bestanden bestaan die aan de verdediging zijn onthouden."

26 De verdediging heeft van de AG een overzicht ontvangen van alle verhoren die plaats hebben gevonden en dat er wel degelijk meer bestanden beschikbaar zijn. Zo is onder meer het verhoor met [betrokkene 2] voor het eerst een maand voor de oorspronkelijk geplande data voor het hoger beroep door de verdediging ontvangen!

27 Maar de geluidsdeskundige van het NFI is ook gevraagd om de wel beschikbare bestanden te onderzoeken naar aanleiding van vragen van de verdediging. Het NFI heeft nader onderzoek verricht en komt tot de conclusie dat:

i. De overgelegde opnames bleken op voorhand al geen originele, authentieke of integere versies. Het onderzoek kon zich daarom slechts beperken tot de samenstelling van de opnames.

ii. Kennelijk had voor het eerste verhoor al een 'uitgebreid’ gesprek plaatsgevonden.

iii. Tussen de opnames zitten meermaals lange tijdsintervallen, bijv. van 27, 22 en 25 minuten.

28 Mijn oog viel echter specifiek op de volgende opmerking in het rapport van 15 april 2021:

"Het oorspronkelijke pv van verhoor d.d. 9 november 2016 (nummer AH 001) lijkt zowel de eerste als de tweede te onderzoeken opname te omvatten, let op: alsof dit feitelijk één verhoor betreft waarvan nu nog maar twee deelopnames beschikbaar zijn."

29 En dit is nu precies de kern van het verweer, de verdachtmakingen, welke naam u er maar aan wil geven! Er hebben met aangever meerdere niet geregistreerde gesprekken plaatsgevonden. Of laat ik het anders zeggen, het is zeer aannemelijk dat de gesprekken juist wel geregistreerd zijn, maar dat er stukken uit zijn geknipt die niet in het plaatje passen. Het tweede deel van het verhoor van 9 november 2016 waar het NFI aan refereert start namelijk midden in een verhoor:

"A: En ze zei ook toen ze zo kanker was op mij "ja en dat wijf van jou is ook niet klaar met mij, die maak ik ook nog wel klein", ja."

30 Het verhoor van 9 november 2016 is met een Marantz opgenomen en hiervan zijn twee opnames aangeleverd, namelijk 349905 en 349908. In het NFI rapport is de volgende tabel opgenomen:

(…)

31 De eerste opname (349905) start op 9 november 2021 om 10.57u en loopt tot 11.01u, terwijl de tweede opname (349908) pas om 11.55u start. Tussen deze twee opnames is dus circa 54 minuten verstreken.

32 Het kan dan ook niet anders zijn dan dat het verhoor van 9 november 2016 uit meer 'deelbestanden' bestaat maar dat deze niet ter beschikking zijn gesteld. De deskundige heeft ook gerapporteerd dat de opnames 349905 en 349908 verwijzingen bevatten naar een eerder contactmoment. Op basis van het deskundigenonderzoek kan daarom - anders dan in eerste aanleg - de conclusie worden getrokken dat er meer bestanden bestaan die (nog steeds) aan de verdediging worden onthouden.

Verhoor voormalig zaaksofficier van justitie

33 Het verzoek om de voormalig zaaksofficier van justitie te horen als getuige heeft uw hof toegewezen. Zij had de leiding over het onderzoek ten tijde van het afnemen van de verhoren en aangiftes en is afgelopen maandag gehoord door de verdediging. We beschikking nog niet over een proces-verbaal van het verhoor maar in 'a nutshell' verklaarde de getuige in ieder geval:

Ze zou zijn gebeld door 97006 die aangever aan het horen was en te horen hebben gekregen dat het niet goed ging. Hij zou van de hak op de tak springen en bereid zijn om ook over andere zaken te verklaren die binnen No Surrender speelden.

Het verhoor zou gefragmenteerd zijn opgenomen, delen van het verhoor zouden voor de aangever worden teruggespoeld en daarover zouden dan nadere vragen zijn gesteld.

Voor zover de verklaringen van [slachtoffer] niet over Turgon zouden gaan maar over andere feiten en zaken, zouden deze verklaringen niet in het procesdossier van Turgon terecht komen.

Alleen toestemming te hebben gegeven om af te wijken tijdens het verhoor van 9 november 2016 en ook alleen op dit onderdeel.

Opdracht te hebben gegeven tot het opstellen van een proces-verbaal waarin het afwijken van de AVR zou worden geverbaliseerd, alsmede de reden(en) hiervan en op welke onderdelen er is afgeweken.

34 Op deze onderdelen uit de verklaring van de getuige ga ik nu in. Op 13 september 2018 bevestigt verbalisant 97006 wel dat hij door de omstandigheden die zich voordeden tijdens het eerste verhoor de officier heeft gebeld.

"U zegt dat in het proces-verbaal “totstandkoming van de aangifte" d.d. 8 maart 2018 staat dat op 9 november 2016 de eerste aangifte door ons is opgenomen. U vraagt of dat om dit gesprek ging. Ja, dat is dit gesprek."

35 Dat gesprek hebben we direct beluisterd en verbalisant 97006 daarna de vragen gesteld:

Of [slachtoffer] van de hak op de tak sprong;

Of [slachtoffer] emotioneel was, en;

Of [slachtoffer] toen niet huilde.

36 Nou, nee daarvan is geen sprake beaamt hij, terwijl hij in een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal toch echt heeft verklaard dat deze omstandigheden zich voor deden tijdens dit eerste opgenomen verhoor. U kunt het lezen in de woordelijke uitwerking, het verhoor eindigt met de vraag van [betrokkene 12] 'Mag ik een vraag stellen?'. Het verhoor duurt nog geen 5 minuten.

37 Dan wijzigt 97006 zijn verklaring ter plekke en was het bij nader inzien niet na dit eerste gesprek, maar het tweede gesprek op 9 november 2016 dat voor hem aanleiding was om de officier te bellen. Vraag blijft dan waarom het eerste deel is afgebroken zonder overleg met de officier, maar dat terzijde.

38 Het laatste deel van het tweede gesprek van 9 november 2016 wordt dan afgespeeld en weer worden hem dezelfde vragen gesteld. Nee, [slachtoffer] sprong niet van de hak op de tak, was niet emotioneel en huilde niet. En dan verandert 97006 wéér zijn verklaring. Ik citeer:

“Ik heb toen met de zaaksofficier, mw. Hoekstra, gebeld en haar de situatie uitgelegd. Nu ik die fragmenten heb gehoord en er langer over nadenk, merk ik op dat het ook kan zijn dat we al voor de eerste opname met de officier van justitie contact hebben gehad."

39 Contact vóór de eerste opname?! Stellig verklaart de verbalisant over de aanleiding om het allereerste verhoor af te breken en af te wijken van de AVR, zowel in het proces-verbaal als in eerste instantie bij de rechter-commissaris. Dan is het ineens een ander verhoor en uiteindelijk zou er al vóór het verhoor het besluit zijn genomen om af te wijken van de AVR.

40 Bij de RC wijzigt 97006 dus tot twee keer toe over de aanleiding om de officier te bellen. Van de inhoud van zijn op ambtseed opgemaakt proces-verbaal blijft helemaal niks over. De wijze van totstandkoming baseren op de betrouwbaarheid van dit proces-verbaal lijkt me niet meer aan de orde.

41 Dan zou het verhoor gefragmenteerd zijn opgenomen, delen van het verhoor weer voor de aangever teruggespoeld en daar nadere vragen over gesteld, aldus de getuige. Verbalisant 97006 verklaart bij de rechter-commissaris helemaal niet dat er tussendoor is teruggespoeld. Nee, hij verklaart:

"Het verhoor vond in beginsel plaats met behulp van de opnameapparatuur en aantekeningen. Hierbij werd gezien de situatie vele malen de opname gepauzeerd. Vervolgens is aan het eind met behulp van de opnames en aantekeningen door ons een aangifte geformuleerd die [slachtoffer] ondertekende.

(...)

Op dezelfde wijze zijn de aanvullende aangifte op 21 november, 6 december en 7 december tot stand gekomen.

(...)

Opnames werden gepauzeerd om [slachtoffer] de gelegenheid te geven weer tot zichzelf te komen”'

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Verbonden uitspraken