HR 1 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:47
Grootschalige oplichting via Marktplaats door stelconplaten en andere bouwmaterialen te koop aan te bieden, art. 326.1 Sr. 1. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Beroep op overschrijding redelijke termijn niet voor het eerst in cassatie. 2. Strafverzwaringsgrond van art. 43a Sr. Heeft hof recidive ten onrechte niet in kwalificatie vermeld? Ad 1. In het geval dat de zaak in laatste feitelijke aanleg is behandeld in tegenwoordigheid van verdachte en/of raadsman en op tz. niet een verweer is gevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn, moet worden aangenomen dat verdachte niet langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging heeft geleefd. Klacht over overschrijding redelijke termijn a.g.v. tijdsverloop voor de bestreden uitspraak, kan in zo’n geval niet slagen (vgl. HR:2008:BD2578). Blijkens p-v tz. in h.b. is de zaak behandeld in aanwezigheid van gemachtigde raadsman van verdachte en is namens verdachte geen verweer gevoerd over de overschrijding redelijke termijn. Ad 2. HR ambtshalve n.a.v. opmerkingen in CAG: In CAG is geconstateerd dat hof heeft bewezenverklaard dat verdachte dit feit heeft medegepleegd “terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan”, maar dat hof dit feit heeft gekwalificeerd als “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd”. Hof heeft kennelijk a.g.v. misslag verzuimd de strafverzwarende omstandigheid a.b.i. art. 43a Sr in kwalificatie te vermelden. HR leest kwalificatie met herstel van deze misslag. HR ziet daarom geen grond bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 20/03132.
De uitspraak op rechtspraak.nl