Conclusie A-G Hofstee 20 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:603
Eendaadse samenloop van brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar, alsmede gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander (art. 157 jo. art. 55 Sr). Volgens de AG heeft het hof kunnen bewezenverklaren dat door de gedraging van de verdachte “levensgevaar” en/of “gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander” te duchten was. De klacht dat het hof ten onrechte art. 56 Sr heeft vermeld bij de toepasselijke wettelijke voorschriften vindt de AG wel gegrond, maar kan zijns inziens bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. Verder is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. Daarbij werpt de AG de zaaksoverstijgende vraag op welke termijn (6 of 8 maanden) als uitgangspunt moet worden genomen bij een verdachte die in het kader van de dadelijke uitvoerbaarheid van de opgelegde tbs met voorwaarden ingevolge een bijzondere voorwaarden in een forensisch psychiatrische kliniek, dan wel in een zogenoemde ‘overbruggingsplek’ is opgenomen voor klinische behandeling. Te vergelijken met voorlopige hechtenis?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 21 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:230
- HR 8 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1368
- HR 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:558
- HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005
- HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:522
- HR 16 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7170
- HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8840
- HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN1700
- HR 11 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL6678
- HR 17 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0594
- HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG1653
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578
- HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130
- HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530
- HR 29 maart 1966, ECLI:NL:HR:1966:AB6309